e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 17121
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
afkomen, wegvliegen afkomen: afkomen (Beek, ... ), āfkomǝ (Asenray / Maalbroek, ... ), āfkōmǝ (Heerlen), ǭfkomǝn (Diepenbeek), afvliegen: afvliegen (Maasmechelen), afvlīgǝ (Meijel), āfvlejgǝ (Hasselt), āfvlēgǝ (Asenray / Maalbroek, ... ), deruit gaan: dryt ˲gǭn (Venray), deruit vliegen: deruit vliegen (Herten), eraf komen: eraf komen (Kerkhoven, ... ), uitzwermen: utžwɛrǝmǝ (Montzen), vertrekken: vertrekken (Noorbeek, ... ), wegvliegen: wɛx˲vlēgǝ (Herkenbosch), zwermen: zwermen (Neer), zwɛrmǝ (Maaseik, ... ), zwɛrmǝn (Tessenderlo), zwɛrǝmǝ (Zepperen) Het wegvliegen van een zwerm. Op een zonnige dag, meestal tussen 11 en 14 uur, gaan duizenden en duizenden werkbijen, vergezeld van honderden darren en met de oude moer in hun midden, zwermen. [N 63, 31b] II-6
afkomst afkomst: aaefkömst (Sevenum), aaf komst (Born), aafkeumst (Maaseik), aafkoemst (Elen, ... ), aafkoms (Beesel, ... ), aafkomscht (Eijsden), aafkomst (Amby, ... ), aafkooms (Bunde), aafkōms (Reuver, ... ), aafkŏĕmst (Lanklaar), aafkŏms (Susteren), aafkŏŏmst (Grubbenvorst), aafkums (Belfeld, ... ), aafkumst (Broeksittard, ... ), aafkŭms (Grevenbicht/Papenhoven, ... ), aafkŭmst (Buggenum, ... ), aafkòms (Heer), aafkòmst (Hunsel, ... ), aafkòmst? (Valkenburg), aafkòòms (Posterholt), aafkòòmst (As), aafkó:ms (Roermond), aafkóms (Sittard, ... ), aafkómst (As, ... ), aafkôms (Mechelen, ... ), aafkômst (Neeritter), aafkömps?? (Schaesberg), aafköms (Buchten, ... ), aafkömst (Echt/Gebroek, ... ), aafkùms (Sittard), aafkùmst (Sevenum), aefkomst (Kermt), afkomst (Aalst-bij-St.-Truiden, ... ), afkŏŏmst (Afferden), afkumst (Beringen, ... ), afkŭmst (Gennep, ... ), afkòmst (Sint-Truiden), afkômst (Oirlo), afkömst (Heijen), aof koms (Maastricht), aofkeums (Wellen), aofkoms (Maastricht, ... ), aofkomst (Blerick), aofkòms (Maastricht), aofkóms (Maastricht, ... ), aoəfkŭŭmst (Zonhoven), āāfkŏms (Nieuwenhagen), āfkoms (Arcen), āfkomst (Horst), āfkŏmst (Meterik), oafkeums (s-Herenelderen), oafkoms (Bilzen, ... ), àfkòmst (Loksbergen), ààfkóms (Venlo), áfkòmst (Castenray, ... ), ááfkòms (Rekem), òfkòms (Hoepertingen, ... ), óófkoms (Rosmeer), (afkomst).  aafkôms (Reuver), (Komaaf).  aafköms (Klimmen), Opmerking v.d. invuller: deze o-uitspraak staat niet in de spellingsinstructies.  aafkŏms (Geleen), ps. algemene opmerking, geldend voor de gehele vragenlijst (i.v.t.): de u en de n zijn in dit handschrift moeilijk te onderscheiden; ik denk dat elk werkwoord eindigt met een n.  aaf koms (Brunssum), ps. algemene opmerking, geldend voor deze vragenlijst: deze vragenlijst (het dialect) komt eigenlijk van het plaatsje: Offenbeek (gemeente Beesel deze plaats komt niet voor in het WLD-net!  aafkomst (Kesseleik), afstamming: aafsjtamming (Herten (bij Roermond), ... ), ààfsjtàmming (Heerlen), herkomst: heerkomst?? (Heerlen), heerkóms (Heerlen), härkoms (Gulpen), héérkoms (Beesel), komaf: de kôm aaf (Schimmert), kaom aof (Wolder/Oud-Vroenhoven), koemaaf (Oirsbeek), kom aaf (Beek, ... ), kom af (Venray), kom aof (Maastricht, ... ), kom e-raaf (Kerkrade), komaaf (Altweert, ... ), komaf (Gennep, ... ), komaof (Caberg, ... ), komāāf (Amby), komāf (Blitterswijck), kommaof (Maastricht), komoòf (Kortessem), komââf (Gulpen), koomááf (Heel), kōēmāāf (Guttecoven), kōmaaf (Roermond), kōmāāf (Reuver), kōōmāāf (Nieuwenhagen), kŏmaaf (Geleen), kŏmāf (Meterik), kòm aof (Maastricht), kòm aov (Maastricht), kòm-aaf (Schaesberg, ... ), kòmaaf (Echt/Gebroek, ... ), kòmao.f (Zonhoven), kòmmāōf (Maastricht), kòmáf (Venray), kòmááf (Horst), kóm ààf (Venlo), kómaaf (Bree, ... ), kómaf (Jeuk, ... ), kómaof (Maastricht, ... ), kómààf (Heerlen, ... ), kómááf (Epen), kôm-aaf (Nunhem), kômaaf (Ell, ... ), kôomaa.f (Kelpen), m.  ko.m‧āf (Eys), Note v.d. invuller: Bij adel spreekt men van "nne h؉ge komaaf".  komaaf (Mheer), onger eine naam/noemer".  komaaf (Neer), Zo wordt het ook genoemd.  komaf (Tienray), voortkomst: veurtkomst (Amby), vóórtkòmst (Amby) afkomst [N 87 (1981)], [ZND 01 (1922)] || afkomst, afstamming || afkomst, afstamming; bloedverwantschap in neerdalende lijn [komaf, tuk, afkomst] [N 87 (1981)] || komaf (afkomst) || komaf; afkomst III-2-2
afkoppelen afhaken: afhākǝ (Zie mijnen  [(Beringen / Zolder / Houthalen / Zwartberg / Winterslag / Waterschei / Eisden)]  [Domaniale]), afhangen: afhaŋǝ (Zie mijnen  [(Beringen / Zolder / Houthalen / Zwartberg / Winterslag / Waterschei / Eisden)]  [Domaniale]), āfhaŋǝ (Kelmis, ...  [Emma]), afkoppelen: āfkopǝlǝ (Kelmis, ...  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]), afkrokken: afkrǫkǝ (Zie mijnen  [(Beringen / Zolder / Houthalen / Zwartberg / Winterslag / Waterschei / Eisden)]  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]), loskrokken: lǫskrǫkǝ (Zie mijnen  [(Beringen / Zolder / Houthalen / Zwartberg / Winterslag / Waterschei / Eisden)]  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]) Aan elkaar gekoppelde mijnwagens losmaken. [N 95, 679 add.; monogr.; Vwo 42; Vwo 43; Vwo 45; Vwo 483] || De kipwagens konden afgekoppeld worden door middel van een haak. [monogr.] II-4, II-5
afkorten (de) boom korten: bǫwm kōrtǝ (Eisden, ... ), bǫwm kǫrtǝ (Klimmen), afkorten: afkøtǝ (Leopoldsburg, ... ), afkǫrtǝ (Ottersum, ... ), āfkortǝ (Sevenum, ... ), āfkøtǝ (Bleijerheide), āfkǫrtǝ (Dilsen, ... ), āfkǫtǝ (Mechelen), ǭfkǫtǝ (Bilzen), afzegen: āf˲zē̜gǝ (Stein), ǭf˲zē̜gǝ (Berg, ... ), bollen zegen: bǫlǝ zīǝgǝ (Hasselt), doorzegen: dōrzē̜gǝ (Roermond), drommen: drǫmǝ (Niel-Bij-Sint-Truiden), hout korten: hōlt kǫrtǝ (Blitterswijck, ... ), in rollen zegen: en rǫlǝ zē̜gǝ (Hasselt), in stukken zagen: en støʔǝ zǭgǝ (Tessenderlo), kopzegen: kǫp˲zē̜gǝ (Herten), korten: kortǝ (Stein), køtǝ (Loksbergen), kǫrtǝ (As, ... ), kǫtǝ (Bilzen, ... ), kortzegen: kǫrt˲zē̜gǝ (As), mootjes zegen: mōtjǝs ˲zē̜gǝ (Klimmen), op maat snijden: op mǫas šnijǝ (Bleijerheide), op maat zagen: ǫp muǝt ˲zē̜gǝ (Bilzen), ǫp mǭt ˲zōgǝ (Leopoldsburg), op maat zegen: ǫp mǭt ˲zē̜gǝ (Heel), rollen zagen: rollen zagen (Borgloon) De stijlen van een kozijn op maat afzagen. In Q 18 werd dit werk met behulp van een 'maatmal' ('mǫatmal') gedaan. [N 55, 3] || Hout, en meer in het bijzonder een boomstam, haaks op de houtvezel in twee stukken zagen. De afgezaagde stukken boomstam hebben bij de kuiper de lengte van een duig, bij de klompenmaker de lengte van een klomp. Zie ook het lemma ɛstuk boomstamɛ en de lemmata ɛbollenɛ bij de vaktaal van de kuiper en ɛbolɛ bij de vaktaal van de klompenmaker. In Venray (L 210) en omgeving werd de houtzager die de boomstam voor onder meer klompenmakers verder in stukken zaagde, houtsnijder (hǭltsnējǝr) genoemd (Venrays woordenboek, pag. 206).' [N E, 6a; N 50, 16a; N 53, 21b; N 53, 22; N 75, 115b; N 97, 44; monogr.] II-12, II-9
afkrabben afkrabben: afkrabǝ (Ottersum), āfkrabǝ (Buchten, ... ), ǭfkrabǝ (Diepenbeek, ... ), afkrassen: afkrasǝ (Meijel), afkratsen: āfkratsǝ (Gulpen, ... ), afkrebberen: afkrɛbǝrǝ (Castenray, ... ), afkretsen: afkrɛtsǝ (Jeuk), afschrapen: āfsxrāpǝ (Maasbree), afschrappen: āfšrabǝ (Klimmen), kratsen: kratsǝ (Maasbree), krebberen: krɛbǝrǝ (Castenray, ... ), kretsen: krɛtsǝ (Klimmen) Oude verf met behulp van een krabber verwijderen. Zie ook de toelichting bij het lemma 'Verfkrabber'. [N 67, 68c; monogr.] II-9
aflaat aflaat: `ne aflaot (Klimmen), aaflaot (Baarlo, ... ), aaflāōt (Schimmert), aafloat (Bocholt, ... ), aaflooet (Eksel, ... ), aafloot (Klimmen, ... ), ablas (Kerkrade, ... ), aflaat (Koningsbosch, ... ), aflaat, aoflaot (Maastricht), aflaot (Baarlo, ... ), aflas (Bocholtz), afloat (Achel, ... ), afloot (Sint-Truiden), aflōōt (Loksbergen), aflōͅt (Meijel), afläët (Zonhoven), aoflaat (Maastricht), aoflaot (Heugem, ... ), āāflaot (Boorsem), āāfloat (Nieuwenhagen), dər ablas (Montzen), enne aaflaot (Klimmen), enne ōāflĕŭt (Hoeselt), inne aafloat (Kunrade), inne afloat (Nieuwenhagen), nen aofluòit (Tongeren), nne aaflaot (Gulpen), oafloat (Diepenbeek, ... ), oafloeat (Heers), oaflwòt (Hoeselt), àfloot (Sint-Truiden), éne aflauwt (Jeuk) Een aflaat [ablas?]. [N 96B (1989)] III-3-3
afladen afgooien: af˲gui̯ǝ (Melveren), afladen: a.flǭǝ (Kuringen), aflǭi̯ǝ (Borlo, ... ), aflǭi̯ǝn (Lommel), aflǭn (Melveren  [(van hooi - van aarde of mest: afschieten/aftrekken)]  ), aflǭǝ (Duras, ... ), ā.flā.i̯ǝ (Beek, ... ), ā.flā.i̯ǝn (Elen), ā.flāi̯ǝ (As, ... ), ā.flōǝ.ǝn (Neerpelt), ā.flǭ.i̯ǝ (Heusden, ... ), ā.flǭi̯ǝ (Koersel), āflā.i̯ǝ (Boorsem, ... ), āflā.i̯ǝn (Vucht), āflāi̯ǝ (Roermond, ... ), ǭ.flǫi̯ǝ (Beverst, ... ), ǭ.flǭi̯ǝ (Bilzen, ... ), ǭ.flǭǝ (Diepenbeek, ... ), ǭflǫi̯ǝ (Gronsveld, ... ), ǭflǭi̯ǝ (Kanne, ... ), ǭflǭǝ (Berlingen, ... ), ˙ǭflǫi̯ǝ (Martenslinde), afschieten: ā.fsxītǝ (Houthalen, ... ), aftrekken (van mest): aftrękǝ (Zelem), āftrękǝ (Kuringen, ... ), leegmaken: lięxmǭ.kǝ (Henis), liɛ.xmǭ.kǝ (Rijkhoven, ... ), liɛxmǭ.kǝ (Sint-Huibrechts-Hern), lēxmā.kǝ (Berbroek, ... ), lēxmǭkǝ (Hees, ... ), lęi̯xmǭ.kǝ (Alken, ... ), līǝxmǭ.kǝ (Grote-Spouwen), losmaken: lǫsmākǝ (Heusden  [(hooi of koren)]  ), lossen: losǝ (Wijshagen), lǫ.sǝ (Godschei, ... ), lǫ.sǝn (Achel, ... ), lǫsǝ (Beringen, ... ), lǫsǝn (Heppen, ... ), lǭ.sǝ (Sint-Lambrechts-Herk), ontladen: o.ntlǫi̯ǝ (Bilzen, ... ), o.ntlǭǝ (Heks, ... ), ontlǫi̯ǝ (Berg, ... ), ontlǭi̯ǝ (Borlo, ... ), ontlǭǝ (Aalst, ... ), ǫ.ntlǫi̯ǝ (Hoeselt, ... ), ǫ.ntlǭǝ (Jesseren), ǫntlān (Hasselt), ǫntlǫi̯ǝ (Herderen, ... ), ǫntlǭi̯ǝ (Gingelom, ... ), ǫntlǭǝ (Borgloon, ... ), ǫntl˙ǭi̯ǝ (Henis) Wanneer de kar met de lading op de plaats van bestemming is aangekomen, wordt deze laatste afgeladen. Vergelijk voor het woordtype aftrekken ook het lemma Mest Van De Kar Aftrekken in WLD I, afl. 1, p. 11. [JG 1a, 1b; monogr.] I-10
aflakken aflakken: āflakǝ (Buchten, ... ), ǭflakǝ (Diepenbeek), afschilderen: āfšeldǝrǝ (Heerlen, ... ), āfšelǝrǝ (Herten), afverven: af˲vɛ̄rvǝ (Ottersum), af˲vɛ̄rǝvǝ (Meijel), glansverven: glans˲vɛ̄rǝvǝ (Meijel), lakken: lakǝ (Houthalen, ... ) De laatste laklaag aanbrengen. [N 67, 73] II-9
aflapels aflapels: aflapɛls (Meijel, ... ), aflapɛ̄ls (Roggel), āflapę̄ls (Posterholt), āflapɛls (Bleijerheide), engelse els: engelse els (Lommel), ęŋǝlsǝ iǝls (Bilzen), kromme engelse els: krom eŋǝlsǝ ɛls (Maasbree), schopels: schopels (Posterholt) De kromme els waarmee men gaatjes steekt door de rand en de loopzool om deze aan elkaar te naaien. De informant van L 163a vermeldt dat het uiteinde van deze els lepelvormig is. Zie afb. 48. [N 60, 178a; N 60, 178b; N 60, 178c] II-10
aflapmachine aflapmachine: āflapmǝšīn (Roggel), aflapper: āflapǝr (Geleen), doorlapmachine: doorlapmachine (Lommel) Stikmachine die men gebruikt om af te lappen. [N 60, 248; N 60, 237] II-10