e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
dunstige lucht bestendig weer:   doenstige loog (Ubachsberg) III-4-4
dup baby, zuigeling:   dub (Limbricht), onnozel persoon: cf. Schuermans p. 112 s.v. "duppe"(aarden pot scheldwoorden slabberduppe, snoterduppe etc.; ook "duppeschurger"(schurgen = kruien)  döp (Venlo) III-1-4, III-2-2
duppel arduin, hardsteen:   duppel (Vlodrop) III-4-4
duppen aarden pot:   døpǝ (Heerlen, ... ), dø̜pǝ (Brunssum, ... ), baby, zuigeling: iets met "duppie"(dubbeltje) te maken?  döppe (Limbricht), boterpot:   døͅpə (Blitterswijck, ... ), deugniet:   döppe (Geleen, ... ), domme man:   dup’pe (Bleijerheide, ... ), döppe (Swalmen, ... ), cf. Schuermans s.v. "duppe  ⁄n döppe (Echt/Gebroek), cf. Weijnen Et. Dialectwb. s.v. "duppe, doppe"aardewerk schaaltje (hgd. topf)  dup’pe (Chèvremont), drinkbeker:   döppe (Gronsveld, ... ), drinknap:   dø̜pǝ (Tegelen  [(meervoud: dø̜pǝs)]  ), getob; tobben:   döppe (Geleen), ketel:   døͅpə (Eupen), kind (algemene benaming): Schuermans "duppe  duppə (Meeswijk), kind (troetelnaam):   döppe (Maastricht), onnozel persoon: Wat ¯n döppe, dèn jong Dat döppe lie.t zich fli.nk afzètte  döppe (Gennep, ... ), roompot:   døpǝ (Heerlerheide, ... ), roomschotel:   dø̜pǝ (Melick), snotneus: (figuurlijk).  döppe (Merkelbeek), stenen pot, keulse pot:   duppe (Heerlerheide, ... ), algemene benamingen voor stenen en ook metalen potten, die niet geheel nieuw zijn, beschadigd of onbruikbaar  döppe (Klimmen), voor spek Er was nog een pot die diende om eieren, in kalkwater, voor de winter te bewaren, vroeger waren de kippen s winters meestal van de leg af de naam hiervoor is niet te achterhalen  döppe (Maasniel), stroopkan:   dø̜pǝ (Peij), treuzelen:   te duppen (Niel-bij-As), verfpot:   dø̜pǝ (Klimmen), wastobbe, wasteil: tobbe  döppe (Maasniel) I-11, II-2, II-8, II-9, III-1-4, III-2-1, III-2-2
duppenschurger domme man:   dup’pesjurjer (Bleijerheide, ... ), cf. RhWb VII, kol. 1922 s.v. "schurgen, schürgen": = kruien, s.v. "schürger"= kruier, lastdrager cf. Schuermans p. 112 s.v. "duppe"(aarden pot scheldwoord "duppeschurger"(schurgen = kruien cf. p. 606 s.v. "schurgen"= kruien  dup’pesjurjer (Kerkrade, ... ), onnozel persoon: cf. RhWb VII, kol. 1922 s.v. "schurgen, schürgen": = kruien, s.v. "schürger"= kruier, lastdrager  duppesjurger (Waubach), pottenkoopman:   døpǝšørjǝr (Kerkrade), døpǝšørǝgǝr (Valkenburg), prutser:   duppesjurger (Waubach), döppesjörger (Heerlen) II-8, III-1-4
duppes domme man: cf. Weijnen Et.Dialectwb. p. 36 s.v. döppes"= vaatwerk; ook dop, hoed (aarden pot)  duppes (Heerlen) III-1-4
dur-kop (fr./nld.) stijfkop: mar.: fr. dur, dure  durkop (Sittard) III-1-4
durabel (<fr.) kostbaar:   durabel (Meerlo), duurabel (Venray) III-3-1
durbus slappe koffie: Syst. IPA  dø̞rbø̞s (Kwaadmechelen) III-2-3
durch (du.) versleten:   dø.rəx (Eys) III-1-3