e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
een dikke portefeuille hebben rijk zijn: ps. omgespeld volgens Frings.  dekə poͅrtəfəl (Halen) III-3-1
een dikke portemonnee hebben rijk zijn:   unne dikke portemonnee hubben (Wijk) III-3-1
een dikke sigaar krijgen een berisping krijgen:   ōn dikke segaar krêge (Beverlo) III-1-4
een dikke vette runderhorzellarve: Additie bij vraag 35: tegen runderhorzel zeggen wij dieke votte  dieke votte (Hout-Blerick), Additie bij vraag 36: tegen paardehorzel zeggen wij dieke votte door zijn lange dik buigende onderlijf  dieke votte (Hout-Blerick) III-4-2
een dikke zijn rijk zijn:   det is eine dikke (Bree), ps. omgespeld volgens Frings.  nən dekə (Opglabbeek), ənən dekə zin (Stokkem) III-3-1
een dobbele gaan [eggen] met vollen eggen:   ęnǝn dǫbǝlǝ gǭn [eggen] (Blitterswijck) I-2
een dobbele steek (graven) meer dan een spade diep spitten:   ęi̯nǝ dǫbǝlǝ stēk (Maasbracht) I-1
een dobbele voor (spaden) twee spaden breed spitten:   ǝn dǫbǝl vǭr (Heythuysen) I-1
een doek om de korf doen opdoeken:   ǝnǝ dōk om de kø̜rf dōn (Thorn) II-6
een doekje omdoen verbinden van een wonde:   dukske omdoen (Eksel) III-1-2