e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
een brikkenbakkersmaag hebben met kleine hapjes eten:   nə brikkəbekkərs maach hubbə (Meers) III-2-3
een brog schieten meetje steken: Ik ga n brog schieten: Ik ga mijn scheut op de koord gooien.  n brog schieten (Zonhoven) III-3-2
een brok grond vellen de kleihoop afgraven:   ǝn˱ brǫk ˲grōnt ˲vę ̞lǝ (Milsbeek) II-8
een brok kolen een brok steenkool:   ęjnǝ brǫk kǭlǝ (Nieuwstadt  [(Maurits)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]) II-5
een brom derin dronken:   n bròm d`r in (Tegelen) III-2-3
een brom in hebben dronken zijn:   enne brom in hubbe (Brunssum), enne bróm in hebbe (Panningen), he hejt ein brom in (Maasbracht), n brom in höbbe (Venlo), n bróm in höbbe (Thorn), un brom in hebbe (Weert) III-2-3
een brommachine maken snorrepijp add.: vgl. pag. 61: Hor.  e brómmesjien maake (Sittard) III-3-2
een bruine pater draaien ontlasting hebben:   unne broene pater dreije (Weert) III-1-1
een bruine pater maken ontlasting hebben:   unne broene pater maake (Weert) III-1-1
een buil slaan blutsen:   ein buul sloan (Echt/Gebroek) III-1-2