e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
felsijzer gleufstaak:   fęls˱īzǝr (Reuver) II-11
felsmachine felsmachine:   fɛlsmǝši.n (Swalmen), klemblok, felsapparaat:   fɛltsmašiŋ (Bleijerheide) II-11
felsnaad felsnaad:   fɛlsnǭt (Neeritter) II-11
femel kieskauwer:   femel (Heythuysen), kwezel: vrouwelijk  feimel (Sint-Truiden), vleier:   fiemel (Nunhem) III-2-3, III-3-1, III-3-3
femelaar huichelaar:   femele (Maasbree), kieskauwer:   fémaléér (Horst), kwezel:   fēməlɛ̄r (Rekem), mannelijk  feimeleer (Sint-Truiden), vleier:   femelair (Schimmert), fiemelaer (Maasbree), Van Dale: femelaar, femelaarster, die femelt, zoetsappige zeurkous, kwezel die temend spreekt.  fīēməléér (Reuver) III-1-4, III-2-3, III-3-1, III-3-3
femelachtig (bn.) flemen:   feemelegtig (Neer) III-3-1
femelen binnensmonds praten:   femelen (Meeuwen), een hond vleien:   femelen (Ospel), fiemele (Herten (bij Roermond)), fīēmele (Swalmen), fémele (Maasbree), \'?\'  femele (Lutterade), WBD/WLD  fiemələ (Beesel), fīēmələ (Amstenrade), flikflooien:   femele (Castenray, ... ), fluisteren:   fīmələ (Borgloon), Van Dale: femelen, 3. (gew.) fluisteren.  fīmələ (Opgrimbie, ... ), grijnzen:   femelen (Heythuysen), huichelen:   feeme (Geulle), feemele (Herten (bij Roermond), ... ), feemələ (Montfort, ... ), femele (Nunhem, ... ), femelen (Ospel), fie.mələ (Kelpen), fiemele (Haelen, ... ), fieëmele (Waubach), fiêmele (Bree), fië-jmele (Schaesberg), féémelə (Doenrade), kieskauwen:   féémele (Weert), liefkozen:   feemele (Maasbree), feemələ (Kapel-in-t-Zand), femele (Nunhem), fiémele (Gronsveld), traag praten:   fijmele (Ell), vleien:   feemele (Maasbree), feemələ (Kapel-in-t-Zand), feimele (Weert), femele (Ell, ... ), fie:mele (Herten (bij Roermond)), fiemele (Maastricht, ... ), fīēmələ (Reuver), fémele (Horst), Van Dale: femelen, 1. zoetsappige en zeurige praatjes houden (met bijgedachte aan huichelachtigheid), kwezelen, huichelen...  feemələ (Kapel-in-t-Zand, ... ), femele (Horst, ... ), fiemele (Maasbree, ... ), Zo noemt men het ook.  feimele (Ell) III-1-4, III-2-1, III-2-3, III-3-1
femelkont kwezel: vrouwelijk  feimelkont (Sint-Truiden) III-3-3
femeltje zwak en mager persoon:   èè femelke (Bree) III-1-1
femme (fr.) meisje met wie men verloofd is:   fam (Schinnen) III-2-2