e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
fladderwind windhoos: fladderwind  flàdərwend (Lummen) III-4-4
flageolet mondharmonica add.: Van Dale: flageolet, 1. fluit die een octaaf hoger klinkt dan de dwarsfluit, meest van ivoor, palm- en ebbenhout; 2. (op orgels) open register dat de tonen van de genoemde fluit nabootst.  flagolet (Jeuk) III-3-2
flaggeren fladderen:   flaggere (Heer, ... ) III-4-1
flahoet kletswijf: Klemtoon op hoet.  flahoèt (Waasmont) III-3-1
flahoeten kletsen:   flahoete (Montenaken, ... ), flahoette (Montenaken), flahoewte (Waasmont), flaūete (Landen), vgl. flahoet babbelwijf, commère. Afl. flahoeten.  flahoeten (Niel-bij-St.-Truiden) III-3-1
flak uitwerpselen van koeien:   flak (Baarlo) I-11
flakeren bij het stappen de hoeven naar buiten bewegen:   flākǝrǝ (Thorn), fladderen:   flaakere (Herten (bij Roermond), ... ), flaakərə (Kapel-in-t-Zand) I-9, III-4-1
flakkeese moren winterwortelen:   fla`kēsǝ mūrǝ (Tungelroy), flakǝsǝ mūǝrǝ (Klimmen) I-5
flakkenbed matras:   flakkebed (Schaesberg) III-2-1
flakkerd kaars:   flakkert (Heerlen) III-2-1