e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
het uitbrullen van het lachen schaterlachen:   ⁄t ōēt brölle van ⁄t lache (Klimmen) III-1-4
het uitgesteken versiering op de vertikale paal in een schuurpoort:   ø̜ǝt˲gǝstīǝkǝ (Kiewit) I-6
het uitloopgat dichtzetten de ovendeur dichtmaken:   ǝt ytlǭp˲gat ˲dēxt˲zɛtǝ (Ottersum) II-8
het uitloopgat met smeerleem afsmeren de ovendeur dichtmaken:   ǝt ytlǭp˲gat met smē̜rlēm afsmē̜rǝ (Ottersum) II-8
het uitmaken een blauwtje lopen:   (het) oêtmaaken (Eksel), het oëtmaken (Neeroeteren) III-2-2
het uitschateren van het lachen schaterlachen:   ⁄t éetsjatere van ⁄t lache (Tegelen) III-1-4
het uitzweten hooinat:   utšwęi̯tǝ (Schimmert) I-3
het uur luiden eerste luiden voor de mis:   d⁄uur luidt (Lommel), het oer (Sint-Lambrechts-Herk), uur luiden (Alken), ⁄t oer (Sint-Truiden), luit als Fr. oeuil  de oeer luit (Sint-Lambrechts-Herk) III-3-3
het uur slaan eerste luiden voor de mis:   het oeër sluug (Sint-Lambrechts-Herk), tweede luiden voor de mis add.:   ⁄t uir slug (Linkhout) III-3-3
het vaampje gesneden hebben welbespraakt zijn: vgl. Maastricht Wb. (pag. 445): vaam, vaam en vaom, dikwijls in verkl. veemke, draad. zegsw. t veemke snijje (oorspr. van vogels t veemke (of: t lelke) gesnoje höbbe goed van de tongriem zijn gesneden.  ⁄t veemke gesnoje höbbe (Caberg), ⁄t veemkə gəsnoojə (Maastricht) III-3-1