e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
jasvoorschoot jasschort:   jasvoorschoot (Beverlo, ... ), jasvysxyt (Zelem), jasvöschoeət (Kwaadmechelen), jasvøsXuət (Kwaadmechelen), jasvəsXut (Paal), jasvoorschoot  jasvöschowət (Lommel), mouwschort:   jasvöschoeət (Kwaadmechelen), jasvøsXuət (Kwaadmechelen), jasvoorschoot  jasvöschowət (Lommel) III-1-3
jasvoorschort jasschort:   jasvöschurt (Paal) III-1-3
jatik paapje:   joatik (Rosmeer), roodborsttapuit:   joatik (Rosmeer), klanknabootsend vgl ook het paapje in Q 093  joatiek (Rosmeer), tapuit:   jwäötik (Echt/Gebroek) III-4-1
jats persoon die altijd op de hort is:   ən jaots (Putbroek) III-3-1
jatsen de hort op?:   jatse (Keent, ... ), jatsen (Borgharen, ... ), = doelloos rondlopen  jatsen (Schimmert), door een staand gewas lopen:   joetse (Montfort), druk heen en weer lopen:   jötse (Heerlerheide), gieten, hard regenen:   jatse (Jeuk, ... ), haast hebben: cf. Schuermans s.v. "jatsen"= lopen, draven  jatse (Maastricht), knikkebenen:   jôtse (Ell), rondslenteren, ronddolen:   jatse (Nieuwenhagen), schaatsen:   jatse (Meijel), schoepen:   jatzen (Eigenbilzen), uitgaan:   jàtsə (Maastricht), játsə (Venlo), vlug lopen:   jatse (Klimmen, ... ), jatsen (Oost-Maarland), jatze (Venlo), de kingder laoe nar schaol, mè jatsen es ze droet koeme  jatsen (Oost-Maarland) III-1-2, III-1-4, III-3-1, III-3-2, III-4-4
jatser persoon die altijd op de hort is: = vrouw die steeds maar op pad is  een jatsər (Wijlre) III-3-1
jatserd persoon die altijd op de hort is:   ene jatserd (Ulestraten), ənə jaotsərt (Putbroek) III-3-1
jatsig haastig:   jatsig (Maastricht) III-1-4
jatsmarie persoon die altijd op de hort is: bijnaam  jatsmerie (Hunsel) III-3-1
jatsprij persoon die altijd op de hort is:   zij is een jatsjpriej (Spaubeek) III-3-1