e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
grappenmakertje guit, schalk:   grapəmēͅkərkə (Rekem) III-1-4
grappetig grappig:   grappetig (Echt/Gebroek, ... ) III-1-4
grappetig zijn gekheid maken:   grappetig zien (Maastricht) III-1-4
grappig grappig:   grappeg (Eijsden), grappich (Beesel), grappig (Afferden, ... ), gràppich (Susteren), gràppig (As), ook materiaal znd 24, 26  grapeͅx (Maastricht), grapich (Kermt), grapix (Tessenderlo), grapĭg (Maaseik), grappig (Amby, ... ), grapəx (Rekem), groppig (Mopertingen), gräppich (Maaseik), ps. boven de a staat nog een ?; deze combinatieletter is niet te maken, omgespeld is het inderdaad een a.  grappich (Grevenbicht/Papenhoven), grappig (Heer), guitig:   grappig (Kelpen, ... ) III-1-4
grappig ventje guit, schalk:   grappig venteke (Zutendaal) III-1-4
gras buntgras:   gras (Meijel), dries:   grās (Thorn), gazon:   graas (Schimmert), gras (Leopoldsburg), gras:   gras (Afferden, ... ), grã.s (Arcen, ... ), grãs (Berverlo, ... ), gru̯ā.s (Moelingen), grás (Heppen, ... ), grā.s (Altweert, ... ), grās (Amby, ... ), grāǝs (Beringe, ... ), grő̜.s (Diepenbeek, ... ), grő̜.ǝs (Gutschoven, ... ), grő̜ǝs (Alken, ... ), grǭ ̝s (Kwaadmechelen, ... ), grǭ ̝ǝs (Berverlo, ... ), grǭ ̞s (Brustem), grǭ ̞ǝs (Groot-Gelmen, ... ), grǭ.s ('S-Herenelderen, ... ), grǭ.ǝs (Berbroek, ... ), grǭs (Berg, ... ), grǭǝs (Aalst, ... ), jras (Bocholtz), jrā.s (Astenet, ... ), jrāi̯.s (Raeren), jrās (Bleijerheide, ... ), gras of grasland om af te grazen:   grǭs (Berverlo, ... ), gras of grasland om te hooien:   grǭs (Gelieren Bret), grasland:   gras (Lommel), grās (Beegden, ... ), huisweide:   graas (Schimmert), gras (Leopoldsburg), nerf van de weide:   [gras] (Beringen, ... ), onkruid, algemeen:   grās (Margraten, ... ), grǭǝ.s (Kozen), oude grassoorten:   grās (Berg  [(de zegsman tekent aan dat "hier geen opnoemen aan" is)]  , ... ), strooisel in de potstal:   grǭs (Houthalen), grǭǝ.s (Melveren), struisgras: Spelling: "fonetiek-dialect"= Frings  groͅ.əs (groas) (Eksel), WBD/WLD  graas (Urmond), WLD  gráás (Epen), wei:   groas (Gronsveld), grās (Hoensbroek, ... ) II-8, I-11, I-3, I-5, I-7, I-8, II-6, III-2-1, III-4-3
gras afsteken de teellaag afgraven:   jrās˱ āfštēxǝ (Spekholzerheide)
gras en eendeneieren groeizaam weer: uitdr. betekenis?  gras en ènde-éjjer (Milsbeek, ... ), gráás en éndenei’er (Blerick) III-4-4
gras laten staan reepje overschietend gras:   grās lōtǝ stǭn (Sint-Truiden) I-3