e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
grand-mre (fr.) grootmoeder:   graameer (Maastricht, ... ), grameer (Sint-Pieter, ... ), gramēr (Maastricht), grammeer (Maastricht, ... ), grammeere (Hasselt), grāmēr (Maastricht, ... ), gràaméer (Tongeren), grand-mère  gramere (Maastricht), kindertaal  graameer (Diepenbeek), grammeir (Neu-Moresnet), lagere klasse dan "grama"; zie ald.  graameer (Maastricht), mar.: resp. gebruikt spelling uit de (bijgevoegde) brochure: "Phonetische schrijfwijze van het Valkenburgsch plat en gelijkluidende dialecten". Omspelling komt voor mijn rekening  grammeer (Valkenburg), Uit het Waals voor grand¯mère  grāmēr (Sint-Pieters-Voeren), vroeger en nu bij arme mensen  grāmēr (Maastricht), noodklok:   graameer (Maastricht), #NAME?  grameer (Maastricht) III-2-2, III-3-3
grand-pa grootvader:   graampa (Echt/Gebroek), grampa (Maastricht, ... ), grampaa (Margraten), grampā (Maastricht, ... ), deftig  granpa (Hoepertingen), hogere klasse  grampa (Maastricht), kindertaal  grandpa (Hoepertingen), uit het Waals voor grand + pa (pa)  grāpa (Sint-Pieters-Voeren), vroeger ± 50 jaar geleden bij deftige mensen, Nu wordt grampepa veel gebruikt evenals grampa  grampā (Maastricht) III-2-2
grand-papa (fr.) grootvader:   grampapa (Borgloon, ... ), deftiger  grampapa (Maastricht), gegoede stand  gra͂papa (Hamont), vroeger ± 50 jaar geleden bij deftige mensen, Nu wordt grampepa veel gebruikt evenals grampa  grampəpā (Maastricht) III-2-2
grand-peetje grootvader: dim.: "grempke"; vroeger  grempke (Wellen) III-2-2
grand-pre (fr.) grootvader:   graampeer (Maastricht), graampèr (Riksingen), grampeer (Maastricht, ... ), grampeere (Hasselt), grampere (Maastricht), grampēr (Maastricht, ... ), graper (Tongeren), grāmpēr (Maastricht), gràampéer (Tongeren), dim.: "grempke  grampeer (Wellen), fr. grand-père  gré.mpèèr (Hasselt), grand-père  grampeer (Kortessem), mar.: of: grandpère?  grapeer (Tongeren), uit het Waals voor grandpère  grapēr (s-Gravenvoeren), uit het Waals voor grand¯père  grāpēr (Sint-Martens-Voeren, ... ), vroeger en nu bij arme mensen  grampēr (Maastricht), oude man:   grampeer (Maastricht) III-2-2
grande tenue (fr.) zondagse kleren:   gro͂: təny (Kanne), sub tenuj.  grand tenuj (Kortessem) III-1-3
granden aanhoudend vragen:   grandtje (Swalmen), grantje (Maasniel, ... ), grantjə (Grevenbicht/Papenhoven, ... ), vgl. Roermond Wb. (pag. 94): grantje, bedelen (ook alleen met de ogen) om iets te krijgen (ook wel gezegd van hond of kat).  grantje (Herten (bij Roermond), ... ), drenzen:   granke (Heek, ... ), grantje (Heel), rangkə (Sibbe/IJzeren), zeuren  jran’ke (Bleijerheide, ... ), fooienjagen: [Vgl. WLD III, 3.1].  grantje (Montfort), klaplopen: [VD grande?, RK]  grantjə (Kapel-in-t-Zand, ... ), mokken:   gra.ntje (Boukoul) III-1-4, III-3-1, III-3-2
grandig grootx: (veel: Brg.)  grandig (Tongeren) III-4-4
granen baard:   grānǝ (Bemelen, ... ) I-4
granentas oogststapel in de schuur:   grø̞ ̞nǝntās (Diepenbeek) I-6