e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
het rad ombinden een rad optrekken:   ǝt rāt˱ ombeŋǝ (Klimmen) II-11
het rad slaan kopjeduikelen:   `t rad schloa (Schaesberg), vooroverduikelen:   `t rad schloa (Schaesberg) III-1-2, III-3-2
het rad slaat door de kammen door de kammen slaan:   hǝt rā.t slēt dȳr dǝ kɛm (Bree) II-3
het recht in zijn gezicht zeggen iemand luidruchtig berispen:   ⁄t rech in ze geziech zegke (Caberg) III-1-4
het regent druilerig en koud weer:   et raënt (Vaals), ⁄t raënt (Vaals) III-4-4, III-4-4
het regent alle honds wisselvallig weer:   ⁄t réégənt allə honts (Meijel) III-4-4
het regent als het wil met tussenpozen regenen:   trigərt às twelt (Paal) III-4-4
het regent blaren op het water gieten, hard regenen: Het regent bellen op t water.  ’t raegent blaore op water (Nunhem)
het regent dat het battert plensbui, zware bui:   ⁄t rènt dat ⁄t battert (Vrusschemig) III-4-4
het regent dat het giet gieten, hard regenen:   het regende dat het goeët (Bilzen), reeəgelde da het goot (Mielen-boven-Aalst), regert dat ⁄t git (Kwaadmechelen), regəlt da ⁄t giet (Sint-Truiden), rēəgəndə da͂t gōət (Leopoldsburg), riəŋəldə dat gouət (Gutshoven), règende dèt ⁄t gowet (Lommel), règenen dèt ⁄t gowet (Lommel), ut raegent det ut guut (Venlo), ⁄t rengert dat het goeët (Bilzen), korte uu  ’t règent det ’t guut (Beesel), plensbui, zware bui:   ⁄t regûelt dat ⁄t gits (Vlijtingen) III-4-4