e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kielrecht rechtop:   kī.lreͅ.at (Eys) III-4-4
kielsnuit hoekkeper:   kē̜lšnyts (Bleijerheide) II-9
kieltje [wambuisjas?]:   keelke (Echt/Gebroek, ... ), bakkershemd:   kelkǝ (Stokrooie), bakkersjas:   kēlkǝ (Oud-Caberg), kɛltjǝn (Lommel), boezeroen:   ke:lkə (Maastricht), keelke (Amby, ... ), keilke (Sittard), kēēlke (Lutterade), kēlkə (Opgrimbie), broek: algemeen:   keelke (Puth), doordeweekse (werk)schort:   keelke (Wijk), kiel:   ke:lkə (Maastricht), keelke (Amby, ... ), keilke (Nieuwstadt), kelke (Sevenum), kelkən (Diepenbeek), kēlkə (Tegelen, ... ), keͅl’jə (Kwaadmechelen), kielke (Eksel, ... ), kilke (Borgloon, ... ), kīlkə (Borlo), klīlkə (Beringen), kìlkə (Loksbergen), bedoeld kledingstuk valt hier niet ruim om het lichaam, zoals b.v. n kiel van de kaasboeren, doch is "passend"gemaakt en heeft twee grote en een kleine opgenaaide zakken. t kleine zakje links boven heeft nog een aparte knoop zodat men de pijp niet kan verlieren  keelke (Stramproy), Dit kledingstuk wordt hier in zoverre het nog gedragen wordt zo genoemd. Het is haast geheel verdrongen door de overall.  kēlkə (Putbroek), ee"dof  keelke (Borgharen), het heeft aan den hals één of twee knoopjes; werd over het hoofd heen aangetrokken; worden momenteel niet meer gedragen, had klein staand boordje  keelke (Geulle), Meestal blauw, wordt over het hoofd aangetrokken.  kilke (Diepenbeek), wordt hier niet meer gedragen  keelke (Geulle), wordt niet meer gedragen  keelke (Amby), kinderschort met mouwen:   kēlkə (Lanklaar), korte overjas:   kilke (Lummen), onderjurk:   keelke (Venlo), vest: gebreid  kílke (Stevoort), voorschoot:   kīlkǝ (Hamont), wambuis:   keelke (Meerssen), kilkə (Riksingen), werkjasje:   kelkǝ (Helden, ... ), kilkǝ (Kleine-Brogel, ... ), kiltjǝ (Rumpen), kēlkǝ (Beek, ... ), kēlšǝ (Bleijerheide), kęlʔǝ (Tessenderlo), kɛlkǝ (Diepenbeek) II-1, II-12, II-9, III-1-3
kiem dikke boterham:   kiem (Sittard), hoofdluis:   kiemme (mv.) (Heerlen), WLD  keem (Weert), kiem:   keem (Doenrade, ... ), keim (Vaals), kiem (Amby, ... ), kīēm (Steyl), k‧im m. (Ingber), eigen spellingsysteem  kiem (Meijel, ... ), ideosyncr.  kiem (Gronsveld, ... ), Veldeke  de kiem (Klimmen), Veldeke 1979 nr 1  kiem (Venray), Veldeke aangepast  kiem (Tienray), Veldens dialekt  kiem (Velden), WBD/WLD  keem (Kapel-in-t-Zand), kiem (As, ... ), kīēm (Heerlen), kĭĕm (Maastricht), WLD  keem (Swalmen, ... ), keèm (Wijnandsrade), kiem (Born, ... ), kiēm (Gulpen, ... ), kīem (Oirsbeek), kêêm (Guttecoven), kìem (Tungelroy), ± WLD  keem (Weert), kiem (Vlijtingen), kien!:   kiem (Achel, ... ), kim (Heerlen, ... ), Uitroep bij het kinespel, wanneer men gewonnen heeft.  kiem (Kerkrade), scheut:   kii̯ǝm (Opglabbeek), kim (Afferden, ... ), kiǝm (Boekend), kēm (Beegden, ... ), kęi̯m (Guttecoven, ... ), kīm (Eupen, ... ) I-5, III-2-3, III-3-2, III-4-2, III-4-3
kiembak kiembakje:   kimbak (As, ... ) I-5
kiembakje kiembakje:   kimbɛkskǝ (Genk) I-5
kiembol hoofd (spotnamen): i.e. dik hoofd.  kiembaol (Weert) III-1-1
kiemei nog in het ei zittend kipje:   kimɛi̯ (Lommel) I-12
kiemen bietenplantjes:   kimǝ (Bleijerheide), kiemen:   kieme (Blerick, ... ), kiemen (Arcen, ... ), kimǝ (Alken, ... ), kīmə (Linkhout), kìeme (Hoensbroek), eigen spellingsysteem  kieme (Meijel, ... ), ideosyncr.  kieme (Sittard, ... ), Nijmeegs (WBD)  (kĭĕmə) (Meijel), Veldeke  kieëme (Waubach), Veldeke aangepast  kieme (Tienray), WBD/WLD  kieme (As), kiemen (Caberg), kiemən (Urmond, ... ), kĭĕmə (Maastricht), kìemen (Ophoven), WLD  kieme (Geverik/Kelmond, ... ), kiemen (Born, ... ), kiemə (Montfort), kìeme (Tungelroy), WLD (De o is niet voldoende gedifferentiëerd; vandaar soms –)  kiemə (Haelen), kiemen, schieten, botten van pootaardappelen:   kei̯mǝ (Berlingen, ... ), kii̯mǝ (Broekom, ... ), kimǝ (Amby, ... ), kimǝn (Achel, ... ), kēmǝ (Beegden, ... ), kēmǝn (Elen, ... ), kē̜mǝ (Reuver), kęi̯mǝn (Guttecoven), kīmǝ (Aalst, ... ), kienen:   kiemen (Hamont, ... ), kiemme (Kerkrade), kimə (Heerlen), Ook: kiene.  kieme (Weert), moutkiemen:   kiemen (Arcen), kęjmǝ (Sittard), zaaigraan ontsmetten:   kīmǝ (Baexem) III-4-3, I-4, I-5, II-2, III-3-2, III-4-3
kiemen (mv.) kiem: ideosyncr.  keme (Thorn)