| 32759 |
onder losspaden |
meer dan een spade diep spitten:
oŋǝr Iǫsšpāi̯ǝ (L322p Haelen)
I-1
|
|
| 29445 |
onder mekaar zetten |
klei vermageren:
ōndǝr mǝkǭr zętǝ (L163p Ottersum)
II-8
|
|
| 20252 |
onder omstand |
in verwachting zijn:
ai̯ndər øͅmštɛi̯nt (Q284p Eupen)
III-2-2
|
|
| 32741 |
onder op het stuk |
achterste keerstrook:
oŋǝr ǫp˱ ǝt štøk (L322p Haelen)
I-1
|
|
| 22109 |
onder parijs |
losplaats:
Opm. letterlijk overgenomen, zoals invuller het genoteerd heeft (ondanks dat hij/zij deze vraag niet goed geïnterpreteerd heeft!).
onder Parijs (Q157p Jesseren)
III-3-2
|
|
| 23290 |
onder roepen zijn |
de roepen krijgen:
onger reupe (L288a Ospel),
ónger roope zeen (L371a Geistingen)
III-3-3
|
|
| 21752 |
onder sekwester zetten |
in beslag nemen / beslag leggen op:
Van Dale: sekwester (Lat.), I. bewaarder van betwist goed; - II. 1. sekwestratie [het gerechtelijk een betwist goed in beslag nemen en in bewaring geven aan een derde, die zich verplicht het goed (met de vruchten ervan) terug te geven aan degene die daartoe gerechtigd zal blijken].
ónner səkwèster zette (L417p As)
III-3-1
|
|
| 25677 |
onder water dompelen |
weken:
onder water dompelen (K278p Lommel)
II-10
|
|
| 17908 |
onder water duwen |
dompelen:
onder water douwe (L215p Blitterswijck),
ŏnger water duje (Q016p Lutterade)
III-1-2, III-4-4
|
|
| 22787 |
onder water gaan |
duiken:
onner woͅtter gon (Q089p Martenslinde)
III-3-2
|
|