e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
doetje onnozel persoon:   doetje (Stein) III-1-4
doets flauw:   dôets (Heerlen) III-2-3
doezel domme vrouw:   doezel (Schaesberg) III-1-4
doezelen middagdutje doen:   doezele (Kesseleik, ... ), sluimeren:   doezele (Afferden, ... ), doezelen (Eksel), doezelle (Vlodrop), dōēzele (Ottersum), duz.ələ (Moresnet), duzzele (Kerkrade), duzələ (Tongeren), dūzələ (Paal, ... ), toezele (Hoensbroek) III-1-2
doezelig slaperig:   doezelig (Gulpen, ... ), doëzelig (Maasbree), dōēzəlig (Heel) III-1-2
doezen omhelzen: voornamelijk tegen kinderen gezegd  doe.se (Borgloon), sluimeren:   daöze (Venlo), deuze (Rimburg), doezen (Hasselt) III-1-2
doezen? liefkozen: mar. ?: niet in deze betekenis terug te vinden; zie WNT s.v. "doezel (II)"verkleinwoord als liefkozend woord voor een klein kind; vgl. ook het fr. woord "douce  dōēzə (Niel-bij-St.-Truiden) III-1-4
doezig slaperig:   deuzich (Brunssum), dūzig (Blerick) III-1-2
dof dof, gedempt van geluid:   doe-w-ef (Eksel), doef (Haelen, ... ), dof (Beesel, ... ), doffe (Vlodrop), doof (Diepenbeek, ... ), douf (Tungelroy), dōēf (Guttecoven, ... ), dōf (Geleen, ... ), dŏef (Kapel-in-t-Zand), dŏĕf (Doenrade, ... ), dŏf (Tungelroy), dŏŏf (Nieuwenhagen), du.f (Eys), dòf (Echt/Gebroek, ... ), dóf (As, ... ), dôf (Beesel, ... ), dôf geluud (Blerick), döf (Maastricht), #NAME?  dof (Tienray), lauw weer:   dôof (Maastricht), vuistslag op de rug:   doef (Blerick, ... ), dof (Achel, ... ), douf (Mechelen-aan-de-Maas), dōf gae:ve (Kaulille), duf (Kelpen, ... ), dòf (Bree, ... ), dóf (Maastricht), dôf (Montzen, ... ), nen doef gaeve (Bilzen), nen dòf gië.ve (Zolder), korte doffe oe  doef (Ophoven), korte oe  doef (Eigenbilzen), tussen o en u  dof (Neeroeteren), Veer sjpeele veur nen dóf in de rök: om s keizersbaard spelen.  dóf (Sittard) III-4-4, III-3-2, III-4-4
dof (weer) benauwd en vochtig weer:   doef (Kanne), dof (Rekem), duf (Koninksem, ... ), dóf weer (Maastricht)