e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
doender knikker:   doender (Meijel) III-3-2
doener stijfkop: scheldw. man  doeër (Sint-Truiden) III-1-4
doenerij t-vormige hoeve:   dōnǝrēi̯ (Maaseik) I-6
doenetel dovenetel (alg.):   dauwneetel (Tungelroy), -  dauwnetel (Oostrum, ... ), dauwnêtel (Maasbree, ... ), dovenetel (algemeen):   dau̯nētǝl (Maasbree, ... ), dūnētǝl (Rekem), dǫu̯nitǝl (Hombourg) I-5, III-4-3
doenhuif grote knikker:   doonief (Niel-bij-As), d.w.z. daar doet men mee  dōnīəf (Niel-bij-As) III-3-2
doening bedrijfsgedeelte van het boerenhuis:   dōneŋ (Ell), boerderij, algemeen:   dōneŋ (Heythuysen, ... ), t-vormige hoeve:   [doening] (Maaseik), winkel: Van Dale: doening, 2. (gew.) boerenhoeve; (ook) nering, winkel, herberg enz.  dōēnin (Opglabbeek), zaak:   doning (As) I-6, III-3-1
doerak lastig kind:   doerak (Maastricht, ... ), lepe, doortrapte kerel:   doeràk (Maastricht), ⁄n doerak (Heythuysen), schelm:   dōēràk (Nieuwenhagen), schurk, smeerlap:   dōēràk (Amstenrade), trage vrouw:   doerak (Herten (bij Roermond)) III-1-4
does lage kachel voor de ketel met was of veevoer:   dus (Neerpelt, ... ), duš (Sint-Truiden), dušǝ (Kleine-Brogel, ... ), dūšǝ (Neerpelt), veevoerkookketel:   dus (Overpelt), vuistslag op de rug: [Vgl. WBD III, 3.2, pag. 63: does: Meerle.]  does (Schimmert) I-6, III-3-2
doeslepel metalen scheplepel:   duslepǝl (Peer) I-12
doet verstek schuilgaan van de maan: neen, maar het bovenstaande zegt men.  də māwn doͅwt vərsteͅk (Paal) III-4-4