e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
foef (zn.) een list gebruiken add.:   foef (Sevenum, ... ) III-3-2
foefelaar bedrieger:   foefeliër (Zonhoven), fòffeliër (Zonhoven), fóefeleer (Sint-Truiden), kapzaag, toffelzaag:   fufǝlē̜r (Hechtel), valsspeler: Kort.  foeffele͂e͂r (Jeuk) II-12, III-1-4, III-3-2
foefelen bedriegen:   foefele (Zonhoven), cf. WNT III-3, kol. 4600 s.v. "foefelen"B.1. bedrieglijk te werk gaan  fòffele (Zonhoven), een list gebruiken:   foefele (Eigenbilzen), foeffele (Bilzen), fofələ (As), foufële (Vorsen), prutsen:   foefelen (Meeuwen), vals spel:   foeffele (Jeuk), vals spelen:   foefelen (Koersel), foeffele (Jeuk), Als ge foefelt speel ich niet meer mee.  fufələ (Niel-bij-St.-Truiden) III-1-4, III-3-2
foefje list:   foefke (As), fŏĕfjə (Venlo), (Leuven).  foefke (Jeuk), praatje:   foefke (Leopoldsburg), slinkse streken:   foefke (As) III-1-4, III-3-1
foei wat een weertje slecht weer, hondenweer:   foj, wàt ə weertjə (Maastricht) III-4-4
foek afgeroomde melk:   fyk (America), gemene vrouw:   foeëk (Altweert, ... ), kwaadspreekster:   foêk(e) (Tungelroy), rukwind:   foek (Nieuwstadt), slons (slodder?):   foêk (Altweert, ... ) I-11, III-1-4, III-4-4
foeka overrijp, beurs:   foek (Valkenburg), foeka (Maastricht), "Rope zèn rap foka.  foka (Diepenbeek), rot, van fruit:   fo:kak (Roermond), foka, foeka (Maastricht), fookaa (Sittard), fookak (Heerlen) I-7
foekepot rommelpot:   eine foekepot (Blerick), foekepot (Achel, ... ), foekkepot (Bilzen, ... ), foekəpot (Berg-en-Terblijt), fokəpoͅt (Echt/Gebroek, ... ), fōͅkəpōͅt (Stein), fukəpoͅt (Gennep, ... ), fòkkepot (Echt/Gebroek), fôwkepot (Maaseik), < Vastenaovondliedje van rond 1920.  foêkepot (Mechelen-aan-de-Maas), Het instrument bestond uit een aarden pot, half gevuld met water; over de opening was een varkensblaas gespannen; in het midden ervan stak een rietstengel of stokje. Door met duim en twee natgemaakte vingers te wrijven werd een dof gebrom veroorzaakt, waarbij gezongen werd: "ich höb zoo lang mit de fókkepot geloupe, ich höb gei geljt om broot te koupe, in de bèkkerie, in de bèkkerie. Gaef mich ein äörtje dan gaon ich veurbie".  fókkepot (Sittard), Over de opening van een bus werd een gedroogde varkensblaas gespannen, waarin, in het midden een rietje werd gestoken. Door met dit rietje op en neer te wrijven ontstond een brommend geluid. Met dit "instrument"ging men, onder het zingen van een of ander carnavalsliedje, de huizen langs om wat centen of snoep te verkrijgen.  foekepot (Herten (bij Roermond)), Voorwerp dat met Vastelaovend, d.w.z. de avond voor aswoensdag, gebruikt wordt. Deze wordt gemaakt van een pot of bus afgedekt met een vel, meestal een varkensblaas, waarin in het midden een stokje wordt gespannen. (Beter was een dik stuk riet of rotan). Het stokje stak er dan ± 15 cm bovenuit. Door in de handpalm te spuwen en dan langs het stokje op en neer te schuiven, kreeg men een brommend laag geluid. Zo ging men dan langs de deuren. Zie ook: Vastelaovend.  foekepot (Venray) III-3-2
foekespot rommelpot:   foekespot (Geistingen, ... ), foekkespot (Swalmen), fukəspoͅt (Meijel), fūkəspoͅt (Swalmen), Add. van Theo Van Dael, Kinrooi (L 369): Vooral in Kessenich.  foekespot (Kessenich), f uitspreken als v  foekes-pot (Puth), Geld. foekepot en Overij.  foekespot (Neeritter), Gespannen vel over een pot met een klein gaatje daar middenin en waardoorheen een rietje of stokje. Op en neer bewogen maakt dit een dof, rommelend geluid, wat het tuig elders dan ook de naam rommelpot bezorgde.  foekespot (Kessenich), Vooral in Kessenich.  foekespot (Kinrooi) III-3-2
foeket vlo (enk.):   foekket (Heerlen) III-4-2