| 18966 |
foefelaar |
bedrieger:
foefeliër (Q001p Zonhoven),
fòffeliër (Q001p Zonhoven),
fóefeleer (P176p Sint-Truiden),
kapzaag, toffelzaag:
fufǝlē̜r (L352p Hechtel),
valsspeler:
Kort.
foeffele͂e͂r (P219p Jeuk)
II-12, III-1-4, III-3-2
|
|
| 18965 |
foefelen |
bedriegen:
foefele (Q001p Zonhoven),
cf. WNT III-3, kol. 4600 s.v. "foefelen"B.1. bedrieglijk te werk gaan
fòffele (Q001p Zonhoven),
een list gebruiken:
foefele (Q086p Eigenbilzen),
foeffele (Q083p Bilzen),
fofələ (L417p As),
foufële (P227p Vorsen),
prutsen:
foefelen (L364p Meeuwen),
vals spel:
foeffele (P219p Jeuk),
vals spelen:
foefelen (K359p Koersel),
foeffele (P219p Jeuk),
Als ge foefelt speel ich niet meer mee.
fufələ (P213p Niel-bij-St.-Truiden)
III-1-4, III-3-2
|
|
| 18967 |
foefje |
list:
foefke (L417p As),
fŏĕfjə (L271p Venlo),
(Leuven).
foefke (P219p Jeuk),
praatje:
foefke (K317p Leopoldsburg),
slinkse streken:
foefke (L417p As)
III-1-4, III-3-1
|
|
| 34247 |
foek |
afgeroomde melk:
fyk (L244c America),
gemene vrouw:
foeëk (L318d Altweert, ...
L318e Altweerterheide,
L287p Boeket/Heisterstraat,
L288c Eind,
L289a Hushoven,
L318a Keent,
L288b Laar,
L289b Leuken,
L288p Nederweert,
L288a Ospel,
L289p Weert),
kwaadspreekster:
foêk(e) (L318b Tungelroy),
rukwind:
foek (L433p Nieuwstadt),
slons (slodder?):
foêk (L318d Altweert, ...
L318e Altweerterheide,
L287p Boeket/Heisterstraat,
L288c Eind,
L289a Hushoven,
L318a Keent,
L288b Laar,
L289b Leuken,
L288p Nederweert,
L288a Ospel,
L289p Weert)
I-11, III-1-4, III-4-4
|
|
| 33560 |
foeka |
overrijp, beurs:
foek (Q101p Valkenburg),
foeka (Q095p Maastricht),
"Rope zèn rap foka.
foka (Q071p Diepenbeek),
rot, van fruit:
fo:kak (L329p Roermond),
foka, foeka (Q095p Maastricht),
fookaa (Q020p Sittard),
fookak (Q113p Heerlen)
I-7
|
|
| 22443 |
foekepot |
rommelpot:
eine foekepot (L269p Blerick),
foekepot (L282p Achel, ...
Q102p Amby,
L417p As,
Q019p Beek,
L269p Blerick,
L269p Blerick,
L269p Blerick,
L317p Bocholt,
L428p Born,
Q198p Eijsden,
L320a Ell,
Q021p Geleen,
Q003p Genk,
Q018p Geulle,
Q193p Gronsveld,
L429p Guttecoven,
L322p Haelen,
L320c Haler,
L328p Heel,
Q120p Heerlerbaan/Kaumer,
L330p Herten (bij Roermond),
L269a Hout-Blerick,
Q109p Hulsberg,
Q203b Ingber,
Q096b Itteren,
L321a Ittervoort,
L320b Kelpen,
Q111p Klimmen,
Q016p Lutterade,
L267p Maasbree,
L267p Maasbree,
L332p Maasniel,
L217p Meerlo,
Q099p Meerssen,
L382p Montfort,
L382p Montfort,
L294p Neer,
L216p Oirlo,
Q033p Oirsbeek,
L329p Roermond,
L329p Roermond,
Q200p s-Gravenvoeren,
Q118p Schaesberg,
Q098p Schimmert,
Q098p Schimmert,
Q032p Schinnen,
L266p Sevenum,
L266p Sevenum,
Q020p Sittard,
Q015p Stein,
Q015p Stein,
L331p Swalmen,
L245b Tienray,
L318b Tungelroy,
Q037p Vaesrade,
L210p Venray,
L289p Weert,
Q201p Wijlre),
foekkepot (Q083p Bilzen, ...
L299p Reuver,
Q117a Waubach),
foekəpot (Q103p Berg-en-Terblijt),
fokəpoͅt (L381p Echt/Gebroek, ...
L374p Thorn,
L374p Thorn),
fōͅkəpōͅt (Q015p Stein),
fukəpoͅt (L164p Gennep, ...
Q113p Heerlen,
L432p Susteren,
Q014p Urmond,
L271p Venlo),
fòkkepot (L381p Echt/Gebroek),
fôwkepot (L372p Maaseik),
< Vastenaovondliedje van rond 1920.
foêkepot (Q009p Mechelen-aan-de-Maas),
Het instrument bestond uit een aarden pot, half gevuld met water; over de opening was een varkensblaas gespannen; in het midden ervan stak een rietstengel of stokje. Door met duim en twee natgemaakte vingers te wrijven werd een dof gebrom veroorzaakt, waarbij gezongen werd: "ich höb zoo lang mit de fókkepot geloupe, ich höb gei geljt om broot te koupe, in de bèkkerie, in de bèkkerie. Gaef mich ein äörtje dan gaon ich veurbie".
fókkepot (Q020p Sittard),
Over de opening van een bus werd een gedroogde varkensblaas gespannen, waarin, in het midden een rietje werd gestoken. Door met dit rietje op en neer te wrijven ontstond een brommend geluid. Met dit "instrument"ging men, onder het zingen van een of ander carnavalsliedje, de huizen langs om wat centen of snoep te verkrijgen.
foekepot (L330p Herten (bij Roermond)),
Voorwerp dat met Vastelaovend, d.w.z. de avond voor aswoensdag, gebruikt wordt. Deze wordt gemaakt van een pot of bus afgedekt met een vel, meestal een varkensblaas, waarin in het midden een stokje wordt gespannen. (Beter was een dik stuk riet of rotan). Het stokje stak er dan ± 15 cm bovenuit. Door in de handpalm te spuwen en dan langs het stokje op en neer te schuiven, kreeg men een brommend laag geluid. Zo ging men dan langs de deuren. Zie ook: Vastelaovend.
foekepot (L210p Venray)
III-3-2
|
|
| 22443 |
foekespot |
rommelpot:
foekespot (L371a Geistingen, ...
L291p Helden/Everlo,
L329a Kapel-in-t-Zand,
L265p Meijel,
L383p Melick),
foekkespot (L331p Swalmen),
fukəspoͅt (L265p Meijel),
fūkəspoͅt (L331p Swalmen),
Add. van Theo Van Dael, Kinrooi (L 369): Vooral in Kessenich.
foekespot (L370p Kessenich),
f uitspreken als v
foekes-pot (Q032a Puth),
Geld. foekepot en Overij.
foekespot (L321p Neeritter),
Gespannen vel over een pot met een klein gaatje daar middenin en waardoorheen een rietje of stokje. Op en neer bewogen maakt dit een dof, rommelend geluid, wat het tuig elders dan ook de naam rommelpot bezorgde.
foekespot (L370p Kessenich),
Vooral in Kessenich.
foekespot (L369p Kinrooi)
III-3-2
|
|