e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
juist wie zijn pa hij aardt naar zijn vader:   zjus wie z’ne pa (Maastricht) III-2-2
juist wie zijn vader hij aardt naar zijn vader: cf. WNT s.v. "juist - gewest. juust"in sommige delen van Vlaams Belgie ook just (joost vgl. Noordndl. (in de volkstaal) sjuust  zjus wie z’ne vajer (Maastricht) III-2-2
juist zetten de duivenklok afstemmen op de moederklok:   de klok zjust zetten (Koersel) III-3-2
juist zijn pa hij aardt naar zijn vader:   zjuus zenne paa (Hasselt) III-2-2
juist zitten goed liggen:   juist zitten (Neerpelt, ... ) I-11
juiste stand stand:   juiste stand (Dilsen) II-10
juiste temperatuur op de juiste temperatuur:   jystǝ tɛmpǝratø̄r (Tegelen) II-1
juisteren feesten add.: ? Verband met WNT joesteeren (Mnl. joesteren, josteren, justeren; van joeste), in een steekspel of tornooi, of in den strijd op het slagveld. Te paard met de gevelde speer op iemand inrennen, op die wijze met of tegen hem vechten.  juistere (Swalmen), ravotten: ? Verband met WNT joesteeren (Mnl. joesteren, josteren, justeren; van joeste), in een steekspel of tornooi, of in den strijd op het slagveld. Te paard met de gevelde speer op iemand inrennen, op die wijze met of tegen hem vechten.  juistere (Swalmen), zwoegen: en alti-jd juistere en geldsj oppotte  juistere (Bocholt, ... ), en alti-jd juistere en geldsj oppotte; cf. WNT VII-1 kol. 524 s.v. "juisteren"; zie ook kol 565 s.v. "justeeren - juisteeren  juistere (As) III-1-4, III-3-2
jujube-tje snoepje: balletjes van gom, suiker en oranjebloesemwater  zjïzjïpkë (Tongeren) III-2-3
juk berrie:   juk (Paal), houten raamwerk:   jyk (Bree, ... ), jøk (Bocholt, ... ), jukbeen:   juk (Tessenderlo), B.v Onder de oeweghen zit het juk.  juk (Peer), kalverjuk:   jok (Lommel, ... ), juk (Rotem), juǝk (Genk, ... ), jȳk (Bree, ... ), jøk (Baarlo, ... ), jø̄k (Montfort), jø̜k (Ransdaal, ... ), jōk (Achel, ... ), jōǝk (Lanklaar, ... ), jūk (Bree), jǫk (Maasmechelen, ... ), jǫǝk (Rekem), jǭk (Einighausen, ... ), koe met hellend kruis:   joǝk (Neerharen), ossejuk:   jøk (Maastricht, ... ), jø̜k (Klimmen, ... ), ploegboomdrager:   jøk (Neer), ploegkroon:   jøk (Merselo), stelling:   jøk (Sittard) I-1, I-10, I-11, I-12, II-3, II-9, III-1-1