e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kabasje aardappelmand:   kābǝskǝ (Tungelroy), koffer:   kabøskǝ (Weert) II-12
kabassen knikkeren:   kabastə (Hasselt), kebaste (Hasselt), Afl. van kabás, kebás knikker, waarbij van *kabast wordt uitgegaan, anders zou het *kabasse geweest zijn. Vgl. ook Waals cabasser, cabossî denken, kneuzen.  kabaste, kebaste (Hasselt), alle e dof de a gesloten maar langgerekt, /  kabbasse (Hasselt), Sub meësjîete: In Hasselt zegt men kabaste.  kabaste (Hasselt) III-3-2
kabause kamer: verkl. kab$?s-j\\  kabau̯s (Bleijerheide, ... ) III-2-1
kabausje telefooncel: vgl. Kerkrade Wb. (pag. 129): kabaus, verkl. kabäusje, kleine kamer, hok.  kabäus-je (Kerkrade) III-3-1
kabbelen klonteren: kabbelen  kabələn (Lommel) III-2-3
kabber gat, opening:   kabber (Waubach) III-4-4
kabberdoes klein in zijn soort: krawwel, sjplinter, kroekesjtop, dumeling, kroddel, piezel, ongerduër, rebbedepke, sjaermoel, sjpin, kröppel, kabberdoes (= klein huis, kleine winkel of café), mögkepis (= regen van geen betekenis).  kabberdoes (Klimmen) III-4-4
kabeier groot in zijn soort:   kabijer (Wijlre), kaveier (Mheer), kavéjer (Maastricht, ... ), kèbeijer (Geleen), kəbèjər (Susteren) III-4-4
kabeines groot in zijn soort:   kàbèènəs (Heerlen), kábēēnəs (Nieuwenhagen) III-4-4