e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
spoorweg baan: baan (Klimmen, ... ), (v.).  b‧ān (Eys), gleis (du.): gəlééjs (Reuver), Algemene opmerking: heb deze vragenlijst letterlijk overgenomen, dus zoals invuller het genoteerd heeft!  glĕis (Nieuwenhagen), Van Dale (DN): Gleis, 1. spoor, rails.  geleis (Melick), grote weg: grôêête weg (Venray), ijzerbaan: iezerbaan (Doenrade, ... ), īēzərbáán (Epen), īzǝrbān (Kelmis), Opm. is oude benaming.  iezerbaan (Nieuwstadt), Opm. is verouderde benaming.  iezerbaan (Geleen, ... ), ijzeren (brug): iezere (brök) (Maastricht), ijzerenweg: den ijzere weg (Tessenderlo), iezeren weeg (Kaulille), iezerewaeg (Posterholt), iezereweeg (Maastricht, ... ), iezerewég (Susteren), ijzerenweg (Jeuk), īēzereweëg (Mheer), îêzərəwéég (Schinnen), (dof).  ézereweg (Eigenbilzen), Opm. is verouderde benaming.  iezere waeg (Klimmen), iezere weeg (Maastricht), Opm. v.d. invuller: is vroegere benaming, althans nu in onbruik geraakt.  iezerenwachg (Herten (bij Roermond)), ijzerweg: iezerweag (Lutterade), ijzerweg (Leopoldsburg), ijzerwêch (Hoeselt), ijzərweeg (Diepenbeek), iêzer-wēēg (Schimmert), ééjəzərwèg (Loksbergen), Opm. v.d. invuller: is vroegere benaming (± 1930).  iezerwaeg (Geleen), rails (<eng.): rails (Maastricht), ralsjs (Sittard), reels (Maasbree), rels (Ittervoort), réls (Ell), route (fr.): roet (Eksel), route (Tungelroy), rŏĕt (As), ps. omgespeld volgens Frings!  rut (Houthalen), spoor: sjpaor (Geulle, ... ), sjpoar (Geleen, ... ), sjpoor (Bunde, ... ), spaor (Blerick, ... ), spāōr (Stein), spoar (Doenrade, ... ), spoor (Heerlerbaan/Kaumer, ... ), spòòr (Tienray), ut shpoor (Brunssum), ’t sjpaor (Klimmen, ... ), ’t spaor (Sevenum), ’t spa͂-r (Velden), ’t spoor (Oirlo, ... ), (o.).  špoͅ.ar (Eys), Algemene opmerking v.d. invuller: in het Meerlos dialect bestaat geen uitgangs "n"!  ’t spaor (Meerlo), Algemene opmerking: heb deze vragenlijst letterlijk overgenomen, dus zoals invuller het genoteerd heeft!  sjpōōr (Nieuwenhagen), spoorbaan: schpoorbaan (Amby), sjpaorbaan (Klimmen), sjpoarbaan (Guttecoven, ... ), sjpoorbaan (Kerkrade, ... ), spaorbaan (Venlo), spoarbaan (Nieuwstadt, ... ), spoorbaon (Gennep, ... ), Algemene opmerking: heb deze vragenlijst letterlijk overgenomen, dus zoals invuller het genoteerd heeft!  sjpōōrbaan (Nieuwenhagen), spoorlijn: sjpaorlien (Kapel-in-t-Zand), spoorrails (<eng.): spaorrils (Blerick), spoor-rails (Ospel), spoorrails (Tungelroy), spoorweg: schpoorweĕg (Hoensbroek), sjpaerwaeg (Posterholt), sjpaorwaeg (Haelen, ... ), sjpaorwèèg (Oirsbeek), sjpaorwéég (Hulsberg, ... ), sjpaoərwèch (Heerlen), sjpoërweëg (Ten-Esschen/Weustenrade), sjpōēərwéég (Heel), sjrorweeg (Vijlen), spaor weeg (Montfort), spaorwaeg (Blerick, ... ), spoarweèg (Gulpen), spoorwaeg (Oirlo, ... ), spoorwee.ch (Grathem, ... ), spoorweeg (Maastricht, ... ), spoorweg (Born, ... ), spoorwēēch (Maastricht), spoorwèg (Montfort), spoorwêg (Gulpen), spōērwéég (As), spuurwèèg (Bree), spórwéch (Meijel), spôarwéég (Thorn), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: deze lijst heb ik letterlijk, zoals invuller het genoteerd heeft overgenomen!  spoorweech (Maastricht), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  spūurwéég (Opglabbeek), Algemene opmerking: heb deze vragenlijst letterlijk overgenomen, dus zoals invuller het genoteerd heeft!  sjpōōrwèg (Nieuwenhagen), ps. letterlijk overgenomen, zoals invuller het genoteerd heeft.  spaorwàêg (Venlo), ps. omgespeld volgens RND!  spy(3)̄rwēͅx (Meeuwen), tramrails (<eng.): tramrils (Maasbree), tramspoor: trajnspōēr (As) De spoorweg waarover de kipwagens lopen. [monogr.] || een weg met rails waarover men wagens die mechanisch voortbewogen worden, laat lopen voor het vervoer van personen en goederen [spoorweg, route, ijzerenweg] [N 90 (1982)] || rails [ZND 41 (1943)] II-4, III-3-1
spoorwiel kroonrad: kroonrad (Grathem, ... ), kruǝnra (Meijel), krōnrāt (Ell, ... ), krōǝnrāt (Ell, ... ), krū ̞ǝnrāt (Beesel, ... ), krū ̞ǝnrǭt (Hamont), krūnrāt (Sint Odilienberg), kroonwiel: kroonwiel (Keent, ... ), krunwil (Kaulille), krū ̞ęnwil (Beek), krū ̞ǝnwil (Sint Huibrechts Lille), krūǝnwil (Meijel), spoorrad: spōrrat (Gennep), spōrrāt (Neeritter, ... ), špōrrāt (Susteren), špǭrrāt (Herten), spoorwiel: spoorwiel (Arcen, ... ), spōrwil (Molenbeersel), spōrwīǝl (Lummen), špōrwil (Horn) Het kamrad onder aan de koning dat in de rondsels of bonkelaars van de staakijzers grijpt; de kammen staan ofwel loodrecht op de wielschijf of in het verlengde ervan. Zie ook afb. 59, 63 en 64.26. In l 381b bevindt het spoorwiel zich op de steenzolder van de molen. [N O, 50i; N O, 50j; A 42A, 104, Sche 41] II-3
spoorwiel van de rosmolen bonkelaar: boŋkǝliǝr (Haler), groot kamwiel: gruwǝt kamwil (Lommel), groot rad: grǭt rat (Middelaar), kamrad: kamprāt (Munstergeleen, ... ), kamprǭt (Susteren), koning: køneŋ (Mechelen, ... ), koningsrad: køneŋsrat (Eygelshoven), køneŋsrāt (Hoensbroek), kø̄neŋsrāt (Baarlo, ... ), kø̜̄neŋs- (Maastricht), kø̜̄neŋsrāt (Limbricht), kōneŋsrǫǝt (Achel), kroonrad: kroonrad (Mechelen), kroǝnrāt (Neerbeek), krunrat (Maaseik), krunrāt (Maasmechelen), kruǝnra (Meijel), kruǝnrat (Bocholtz, ... ), kruǝnrāt (Maaseik, ... ), krwǫnrāt (Rothem), krōnrāt (Herten), krōǝnrat (Grathem, ... ), krūnrāt (Peer), kroonwiel: kruwǝnwęjl (Paal), spoorrad: spōrrat (Leunen), spōrrāt (Tungelroy), spoorwiel: spōrwil (Milsbeek, ... ), wieg: wēx (Weert) Het kamrad aan de grote staande as van de rosmolen. Het spoorwiel drijft het rondsel aan dat op het staakijzer van de stenen is gemonteerd. [N D, 26] II-3
spoorwieltje draadwieltje: draadwieltje (Born), oplegradje: oplɛ̄xrɛtšǝ (Montzen), raderwiel: rādǝrwil (Neer), radje: rę̄tjǝ (Peij, ... ), rolletje: rǫlǝkǝ (Houthalen), rɛlkǝ (Maaseik), rolspoor: rolspoar (Diepenbeek), rolspoǝr (Hasselt), rolspōr (Geistingen), rolspǫwr (Rummen), rǫlspoǝr (Alken), rǫlspuwǝr (Zepperen), rǫlspūr (Genk), rǫlspǭr (Sint-Truiden), spoor: spoǝr (Tessenderlo), spoorradje: spōrrɛtjǝ (Venray), špoǝrręǝtjǝ (Heerlen), špǭrrę̄tjǝ (Asenray / Maalbroek, ... ), spoorwals: spūrwals (Wellerlooi), spoorwiel: spo.rwil (Dilsen), spoorwiel (Opglabbeek), spōrwil (Kerkhoven), spoorwieltje: spoorwieltje (Horst, ... ), spōrwilkǝ (Geulle, ... ), spōrwilǝkǝ (Ysselsteyn), spǭrwilkǝ (Venlo), špǭrwilkǝ (Asenray / Maalbroek, ... ), zweetradje: zwētrɛtšǝ (Montzen) Een wieltje aan een handvat dat dient om draden in een kunstraat te bevestigen. [N 63, 15] II-6
sporen sporen: sporǝ (Griendtsveen), spōrǝ (Meterik, ... ) Pinnen onder de schoenen. [II, 77] II-4
sporen van de haan haandersporen: hāndǝršpø̄r (Herten), hāndǝršpø̜̄r (Maasniel, ... ), hāndǝršpǭrǝ (Linne), hanenklauwen: hānǝklawǝ (Posterholt), hanenpoten: hānǝpyǝt (Sevenum), hānǝpȳt (Merselo), hanensporen: hānǝsporǝ (Gemmenich, ... ), hānǝspȳr (Grathem, ... ), hānǝspø̄r (Borgharen, ... ), hānǝspø̄rǝ (Echt), hānǝspø̜̄r (Lutterade, ... ), hānǝspārǝ (Mechelen), hānǝspōr (Oirlo), hānǝspōrǝ (Epen, ... ), hānǝspōǝrǝ (Heerlen), hānǝspūr (Well), hānǝspūrǝ (Weert), hānǝspǭr (Haelen, ... ), hānǝspǭrǝ (Afferden, ... ), hānǝšpõ.rǝ (Moresnet), hānǝšpøi̯r (Posterholt), hānǝšpø̄r (Baarlo, ... ), hānǝšpø̜̄r (Baexem, ... ), hānǝšpōrǝ (Bocholtz, ... ), hānǝšpūrǝ (Henri-Chapelle), hānǝšpǭ.rǝ (Moresnet), hānǝšpǭr (Vlodrop), hānǝšpǭrǝ (Amstenrade, ... ), hānǝžpø̜̄r (Herkenbosch), hǭnǝnspūrǝ (Oost-Maarland), hǭnǝspø̄r (Heugem, ... ), hǭnǝspø̜̄r (Maastricht, ... ), hǭnǝspōrǝ (Gennep, ... ), hǭnǝspōrǝn (Berg), hǭnǝspōu̯rǝ (Maastricht), hǭnǝspǭrǝ (Blerick, ... ), hǭnǝšpø̜̄r (Eijsden), hǭnǝšpǭrǝ (Gronsveld), klauwen: klawǝ (Rotem), nagels: nagels (Heusden), nē̜gǝl (Sittard), sporen: spor (Sint-Truiden), sporen (Eksel, ... ), sporǝ (Meijel, ... ), spou̯rǝ (Riksingen, ... ), spoǝrǝ (As), spoǝrǝn (Bilzen), spuǝrǝ (Wellen), spu̯orǝ (Martenslinde), spyǝrǝ (Gelinden), spȳra (Koninksem), spȳrǝ (Hoepertingen), spȳǝrǝn (Opglabbeek), spøǝrǝ (Vliermaal), spø̄r (Roggel), spø̜̄r (Maastricht), spōr (Loksbergen), spōrǝ (Ell, ... ), spōrǝn (Oostham), spōǝrn (Tessenderlo), spōǝrǝ (Bommershoven, ... ), spū.r (Borgloon), spūrǝ (Rosmeer), spǫǝr (Montzen), spǭr (Rekem), spǭrǝ (Amby, ... ), šporǝ (Montzen), špuǝrǝ (Heel), špōrǝ (Heerlerheide, ... ), špūrǝ (Heel, ... ), špǭrǝ (Bunde, ... ) Doornachtige hoornuitwas van de poten van de haan. [N 6, 3; L 7, 27b; monogr.] I-12
sporingsplaat enrailleur: ãrajø̜̄r (Zie mijnen  [(Beringen / Zolder / Houthalen / Zwartberg / Winterslag / Waterschei / Eisden)]  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]), hayeur: hajø̜̄r (Zie mijnen  [(Beringen / Zolder / Houthalen / Zwartberg / Winterslag / Waterschei / Eisden)]  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]), inrichelaar: enregǝlār (Zie mijnen  [(Beringen / Zolder / Houthalen / Zwartberg / Winterslag / Waterschei / Eisden)]  [Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]) Op verschillende plaatsen tussen de spoorstaven aangebrachte ijzeren plaat, die zorgt dat de wielen van ontspoorde mijnwagens al rijdend weer op de rails worden gezet. [Vwo 312; Vwo 365; Vwo 396] II-5
sporkehout bloedspikkenhout: bloedspeekenhoot (Genk), duivelsbeer: duu.velsbèèr (Gennep, ... ), duivelskers: (spörk).  duvels keerse (Maasniel), duivelskral: duvelskralle (Blitterswijck, ... ), bes vd vuilboom  dūvelskral (Castenray, ... ), fluitenstikker: WLD = sporkehoiut  fluitesjtikker (Posterholt), hondsbeer: honsbiere (Genk), rhammus frangula  ‧onzbēͅr (Meeswijk), hondshout: honjshout (Tungelroy, ... ), honshø͂ͅyt (Meeuwen), frangula alnus Mill.; struik met lange rechte twijgen, waarvan de jongens pijlen maken.  hóndshout (Maaseik), loofboom, gebruikt voor klompepinnetjes  hóngshout (Altweert, ... ), ook in L 286, Hamont  honshoauwt (Achel), rhamnus frangula; cf Heukels 104; Paque 1,157 en Thieme GN 68  hoͅnsōͅut (Hamont), WBD/WLD = sporkehout  hónjshòwt (As), hoornskral: eigen spellinsysteem Additie bij vraag 69: zegt men ook tegen de bessen van de vuilboom waarvan men leeskrijt (? - laatstgenoemd woord is moeilijk leesbaar!) kan maken  hoornskrale (Meijel), klompenpinnenhout: kló.mpepinneho.lt (Gennep, ... ), klotsbeer: W.N.T. en C.V. klotsbees vrucht van het sporkehout; L.J. klotsberenhoat: de onrijpe bessen dienden om de klots (proppenschieter) te laden  klótsbee.ëre (Zonhoven), klotsberenboom: klotsbeereboeəm (Beverlo), peggenhout: peggenholt (Blitterswijck, ... ), vd rhamnus frangula; men snijdt er peggen (houten pennetjes) van  peggehaolt (Castenray, ... ), spork: spork (Maasniel), spö.rrek (Zonhoven, ... ), spörke (Echt), sporkenhout: sporkehout (Zonhoven), ook genoemd: hónzenhóó.t, o. *hondshout: z. L.J. p. 90  spö.rrekenhóó.t (Zonhoven), rhamnus frangula  spoͅrkənoͅu̯t (Meeswijk), vuilbomenhout: voelboumehout (Maastricht), (z. ook ald.)  vóó.ëlboemenhóó.t (Zonhoven), vuilboom: voelboum (Maastricht), (lat. frangula alnus; fr. bois de bourdaine). (Napoleon I gelastte de aanplant van deze boomsoort, welks hout vlg. de franse wetgeving diende tot bereiding van buskruit)  voelboum (Valkenburg), frangula alnus  voelboum (Sittard) bepaalde heestersoort || bessen van het sporkehout || hondsbessen || hondshout || hondshout (toel.) || Rhamnus frangula || sporkeboom || sporkehout [N 92 (1982)] || sporkenhout || sporkenhoutbes || sprok, boom || vrucht van de vuilboom [N 92 (1982)] || vrucht vd vuilboom || vuilbomenhout || vuilboom || vuilboom, sporkenhout || vuilboombes || vuilboomdoornhout || vuilboomhout || Welke dialectbenamingen van loofhoutgewassen kent u? [N 74 (1975)], [N 74 (1975)] III-4-3
sporkehoutdoorn klompenpin: kló.mpepin (Gennep, ... ) vuilboomdoorn III-4-3
sport van een stoel croisillon (fr.): onder aan een tafel Fr. croisillon  krwazzïjóng (Tongeren), dwarslat: dwērslat (Maastricht), dweͅšlat (Gronsveld), dwarspoot: dwaršpōt (Spaubeek), kweerlat: kwērlats (Vaals), lat: lat (Geleen, ... ), lats (Vijlen), rond  lat (Valkenburg), tussen de stumpele  lat (Borgharen), latje: lētšə (Rothem), regel: reͅi̯gəl (Wijlre), ronde lat: rond  roŋ lats (Spekholzerheide), ronde sproot: rond  rondjə sprōt (Tungelroy), schei: šeͅi̯ (Buchten, ... ), vierkant  sxeͅi̯ (Weert), spaak: špāk (Heerlen), spijl: spīl (Roosteren), vertikaal  špīl (Posterholt), spil: špel (Eys, ... ), špil (Limbricht), špīl (Born), spon: spòn (As, ... ), sport: spoͅrt (Amby, ... ), špoͅrt (Heythuysen, ... ), horizontaal  špoͅrt (Posterholt), sproot: schpraot (Valkenburg), sproat (Wessem), sproeët (Castenray, ... ), sproət (Bilzen), sprōt (America, ... ), sprōət (Heel, ... ), sprōͅ.t (Venlo), sprōͅt (Arcen, ... ), sproͅat (Dieteren), sproͅats (Stein), sproͅu̯t (Velden), spruət (Genk), sprūt (As), sprūət (Heel, ... ), sprø͂ͅt (Gennep, ... ), šproas (Kerkrade), šproat (Eygelshoven), šprōt (Helden/Everlo, ... ), šprōət (Guttecoven, ... ), šprōͅ.t (Horn), šprōͅt (Amstenrade, ... ), šprōͅəs (Vaals), šprōͅət (Beegden), šproͅat (Einighausen), šproͅt (Haelen), Ki-jk ût möt de leijer, want ein paar sprute zeen gebruke  spruut (As, ... ), laddersport  sjpraot (Sittard), mv. spreut  sprø&#x0304t (Siebengewald), rond/vierkant  sprōət (Weert), spelling Beverlo wbk.; \": naslag (stomme e)  sproot (Beverlo), vierkant  šprōͅt (Gulpen), šprø͂ͅt (Valkenburg), stang: štaŋ (Broeksittard), stijl: stīl (Echt/Gebroek), stijltje: štilkə (Schinveld), travers: travēr (Vaals), travēͅr (Maastricht), travers-je: rond  travēͅrkə (Gulpen), treem: triêm (As, ... ), verbindingslat: vərbendeŋslat (Wijlre), vierekkige lat: vierkant  vērɛkegə lats (Spekholzerheide), vierkante sproot: vierkant  vērkantjə sprōt (Tungelroy), warslat: wēͅšlat (Ubachsberg) de sport van een stoel || dwarshout || dwarshout van een stoel || dwarsverbinding tussen de stoelpoten, tafelpoten || ronde of vierkante latten, die soms de poten van een stoel aan de onderzijde verbinden [DC 19 (1951)], [DC 19 (1951)] || sport || sport (van stoel of ladder) || sport van een stoel [N 56 (1973)] || sport van ladder of stoel || sport van stoel || stoelspaak III-2-1