e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kapot gaan van verveling zich vervelen:   kepot gaon van vervaeling (Oirlo) III-1-4
kapot gekookt gaar:   kapot gekook (Itteren) III-2-3
kapot gereten aan flarden:   zien kleier ware kapot gerete (Vlodrop), zien kleijer waore kapot gereete (Valkenburg) III-1-3
kapot gescheurd aan flarden:   kapot geschêûrd (Sint-Truiden), kapot gesjierd (Zutendaal) III-1-3
kapot gevlogen ruw:   kapot gevlogen (Diepenbeek) III-1-2
kapot gezopen zijn een kater hebben:   ich bin kapot gezope (Vlijtingen) III-2-3
kapot griemelen verpulveren:   kàpòt grīēmələ (Opglabbeek) III-4-4
kapot haan kadaver: WLD  kapot hoon (Kunrade) III-4-2
kapot houwen breken, snijden:   kǝpǫt hōǝn (Bilzen), taaien:   kepot hauwen (Schimmert), vernielen:   kapot hawe (Zichen-Zussen-Bolder) II-3, III-3-2, III-4-4
kapot kalf verdroogde kalf:   kápǫt kau̯f (Sittard), kápǫt kāf (Rosmeer) I-11