e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kappeltje oostindische kers:   keppelkes (Tungelroy, ... ), -  keppelkes (Tungelroy) I-7, III-2-1
kappemoes witte kool:   kappemōēs (Milsbeek, ... ), zuurkool:   kâppemoos (Beegden) III-2-3
kappen (overige) kaartspelen:   kappe (Loksbergen), kappen (Eksel), achteruittrappen:   kapǝ (Beverst, ... ), beslaan:   kapǝ (As), bietenplantjes uitdunnen:   ka.pǝ (Vliermaal, ... ), kapǝ (Aalst, ... ), breken, snijden:   kapǝ (Herk-de-Stad, ... ), darrenbroed onthoofden:   kappen (Neer), kapǝ (Maaseik), kapǝn (Tessenderlo), de kaarten couperen:   kappe (Gronsveld), kappen (Schinnen, ... ), kapə (Roermond), de staart couperen:   kapǝ (Bilzen, ... ), kapǝn (Lommel), doormidden snijden van beschuitbollen:   kapǝ (Kwaadmechelen, ... ), een boom omhakken:   kappen (Leopoldsburg), kapǝ (As, ... ), een priktol bovenhands uitwerpen:   kappe (Alken, ... ), kappen (Eksel, ... ), kappë (Hoeselt), kapə (Eksel, ... ), [sic]  kappe (Kaulille), Bè den dop, goed opgedrêëd bè de peis, kappe op nen andere déë aon t drêën is vuor m te klieve of óut t speel te houge: Met n tol die goed opgedraaid is met n speciale koord, slaan naar n draaiende tol om deze te splijten of uit het veld te slaan (jongensspel: doppe).  kappe (Kortessem), Priktol was den dop.  met den dop kappen (Eigenbilzen), WNT kappen I, I, B, 4 en C.V. id.  kappe (Zonhoven), WNT kappen I, I, B, 4 en CV id. 3 (met op): afgeven op iemand.  kappe (Hasselt), Z. ook la.ntkappe.  kappe (Zolder), hakken met een beitel:   kapǝ (Bilzen, ... ), hakken, wieden met de hak:   ka.pǝ (Koninksem, ... ), kapǝ (Aalst, ... ), ká.pǝ (Kortessem), kápǝ (Borgloon, ... ), hekelen:   kapǝ (Loksbergen), hoeven verwijderen:   kapǝ (Tungelroy, ... ), kapǝn (Maastricht), horens verwijderen:   kapǝ (Helchteren, ... ), kapǝn (Maastricht), inkappen, eerste slagen maken met de zicht:   kapǝ (Alken, ... ), kapǝn (Heusden, ... ), kippen, storten:   kapǝn (Overpelt), kloven:   kapǝ (Herk-de-Stad, ... ), knotten van wilgen:   kappen (Borgharen, ... ), kop verwijderen:   kø̜pǝ (Herten), kortwieken:   kappen (Houthalen), mais oogsten:   kápǝ (Bevingen), meetje steken:   kappen (Stal), met de zweep slaan of geluid geven:   kapǝ (Mechelen-Bovelingen), met een priktol spelen -> een priktol bovenhands uitwerpen:   kappen (Borlo, ... ), kapə (Borgloon, ... ), omkeren:   kappen (Neerpelt), kapǝ (Bocholt), ribben in stukken delen:   kapǝ (Wellen), rooien:   kapǝ (Donk, ... ), scherpen:   kapǝ (Kanne, ... ), schoudervulling:   kapǝ (Schimmert), slaan met de zicht:   kapǝ (Beringen, ... ), slekken:   kapǝ (Maaseik), troeven:   kappe (Alken, ... ), kappë (Tongeren), kapə (Meeuwen), kàppe (Sint-Truiden), Vör wa kap dje ni: waarom gebruikt ge uw troef niet (kaartspel)?  kappe (Kortessem), uithalen:   kapǝ (As, ... ), van de struik af blekken:   kapǝ (Diepenbeek), verbijlen:   kapǝ (Loksbergen), vooruittrappen:   kapǝ (Baexem, ... ), kapǝn (Achel, ... ), wegkappen:   kapǝ (Gutschoven, ... ), wissen kappen, snijden:   kappen (Stramproy), kapǝ (Sint-Truiden), worstvlees en -vet kleinmaken:   kappen (Beringen), kapǝ (Maasmechelen, ... ), zoden afsteken:   kapn (Kwaadmechelen), kapǝ (Geistingen, ... ), kapǝn (Achel) I-10, I-12, I-13, I-4, I-5, I-8, I-9, II-1, II-12, II-3, II-6, II-7, III-3-2, III-4-3
kappen opleggen voorspannen:   kapǝ oplɛqǝ (Chevremont  [(Julia)]   [Laura, Julia]) II-5
kappenklomp klompschoen:   kappekloompe (Maasbree) III-1-3
kappens hoofdkaas:   keͅpəs (Sint-Martens-Voeren) III-2-3
kappensitzung (du.) carnavalsviering:   kappezietsoeng (Kerkrade) III-3-2
kappenstronk stronk, stengel van koolplanten:   kappesstrunk (Leunen), káppesstroonk (Castenray, ... ) I-7
kapper aam, maat van 150 l.:   kapper (Sint-Truiden, ... ), kapər (Genk, ... ), ne kapper (Tessenderlo, ... ), (4e liter).  kapper (Sint-Huibrechts-Lille, ... ), aanaardhak:   kapǝr (Heusden), aanhitsenoostindische kers:   kapper (Tongeren), beeldhouwer:   kepper (Lauw), d. kromme riek:   kapǝr (Opglabbeek), drinkbeker:   kappër (Tongeren), drinkglas:   kapper (Thorn), kapər (Bree, ... ), spelling Beverlo wbk.; \": naslag (stomme e)  kapper (Beverlo), Verklw. kepperke  kapper (Hasselt), drinkglas met voet:   kapper (Beverlo, ... ), kapər (Achel, ... ), kāpər (Kermt, ... ), bepaalde inhoud  kapper (Halen), m mv. kap\\rs  kapər (Halen), m.  kapər (Bocholt, ... ), mv. ~s  kāpər (Wellen), vroeger bestond kap\\r als inhoudsmaat kwart liter  kapər (Hoepertingen), haagwinde:   kapper (Uikhoven), kappers (Uikhoven), De grote.  kappers (Uikhoven), hak:   kapǝr (Berverlo, ... ), hakmes:   kepper (Neeritter, ... ), halve pint, kwart liter, maat:   kapir (Bree), kàpər (Hasselt), (bier).  kapper (Ophoven), (dim. è kepperke).  kapper (Maaseik), (vocht).  kapper (Eigenbilzen), = pint met voet, grote van een pint bier.  kapper (Jeuk), vloeistof.  kapər (Meeuwen), kapheep:   kapǝr (Neeritter), kapper:   kapǝr (Tessenderlo), kapper, maat van 0,2 liter:   kapper (Diepenbeek, ... ), kapər (Houthalen), (bier).  kapper (Ophoven), kàpper (As), (vloeistof).  kapper (Beesel, ... ), 1 vingerhood = ± 0,01 lieter 1 mäötje = ± 0,10 lieter 1 sjöpke = ± 0,25 lieter 1 pint = ± 0,60 lieter 1 beksjke = ± 1/4 pint 1 hèjfke = ± 1/2 kan 1 kan = ± 1,40 lieter 1 anker = ± 30 kan 1 aam = ± 4 anker 1 iëker = ± 8 kan sjtök = oude wijnmaat van ? vaan = oude biermaat van ? tien = oude kolenmaat van 1/2 hectoliter of 2 kuipen okshoof = oude wijnmaat van ? Alle vorengenoemde maten en gewichten zijn in onbruik. De woorden zijn alleen nog bij ouderen bekend.  kapper (Klimmen), vloeistof.  kapər (Meeuwen), karper: ook in ZND 27, 070  kapper (Hees, ... ), knikker: voor een mooie ronde knikker  kapər (Herk-de-Stad), kopdorser:   kapǝr (Gingelom, ... ), kɛpǝr (Opheers), oostindische kers: [Tropaeolum majus]  kappër (Tongeren, ... ), overig pootgereedschap:   kapǝr (Zolder), priktol:   kapper (Lommel), zadel:   kapǝr (Eigenbilzen  [(voor vormgeving)]  ) I-4, I-5, I-7, II-11, II-12, II-9, III-2-1, III-3-2, III-4-2, III-4-3, III-4-4
kappers pinstokken (voor de slee):   kappers (Tessenderlo) III-3-2