e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hevelen iemand prijzen:   hīēvələ (Meeuwen), treiteren:   hieëvele (Altweert, ... ), cf. WLD III, 2.3. "eten en drinken"lemma desemen trefwoord onderhevelen; vgl. lemma zuurdesem trefwoord hevel.(ook Weertlands Wb.)  hieëvele (Nederweert) III-1-4
hevelepel gistlepel:   vǝlę̄pǝl (Sittard) II-2
hevelstaaf plooiijzer:   hēvǝlštāf (Spekholzerheide) II-11
heveltijd zuurtijd:   hējvǝltējt (Lommel) II-1
heven de kaarten couperen:   heive (Ingber), houden van:   īēmĕs heevĕ (Vroenhoven), optillen:   he.ə.və (Eupen), he:və (Raeren), hevve (Vaals), heëve (Waubach), hēͅ:və (Montzen), hēͅvə (Ingber), hiève (Rimburg), häve (Heerlen, ... ), hèjve (Eys), hèven (Heerlerbaan/Kaumer), hèève (Gulpen, ... ), hêve (Epen, ... ), hêêvə (Heerlen), termuit het kaartspel  hēəvə (Rukkelingen-Loon), vleien: vgl. Heerlen Wb. (pag. 326): heëve, 1. heffen [zie ook: sjtumme]; -2. hijsen; 3. tillen.  hêêvə (Heerlen) III-1-2, III-3-1, III-3-2
hever gist:   hyvǝr (Nuth), slipjas: Ook wel. [sic, afl. van heffen, heven?]  heever (Puth) II-1, III-1-3
hevig baldadig (persoon):   hēvig (As), bovenmate, hevig, zeer:   haevig (Venlo), hē⁄vig (Bree), hèivig (Diepenbeek), ps. boven de ‰ moet nog een ` staan!  hēvig (Bree), er heet aan toegaan:   hevig (Tungelroy), flink; flinke persoon:   hevig (As), hijvəg (Loksbergen), moedig en opgewekt:   hē.vex (Zonhoven), onstuimig:   hevig (Eigenbilzen), hēvig (As), hijvəg (Loksbergen) I-9, III-1-4, III-4-4
hevige wind rukwind:   hévige wénd (As) III-4-4
hevige, een - durfal:   `t is nen hevigen (Achel, ... ), `t is nene hevigen (Hamont) III-1-4
hevik evene:   hēvek (Werm), hęi̯vek (Henis) I-4