e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kanunnik (<lat.) kanunnik:   `ne kanunnik (Klimmen), de kannunik (Eigenbilzen), eine kanunnik (Klimmen), kannunek (Sint-Truiden), kannunik (Baarlo, ... ), kannunnik (Bocholt, ... ), kannunnëk (Hoeselt), kannŭnnik (Nieuwenhagen), kanunik (Bocholtz, ... ), kanunink (Waubach), kanunnik (Baarlo, ... ), kennunik (Stokkem), kennunnik (Tungelroy, ... ), kenummik (Ell), kenunich (Houthalen), kenunik (Oirlo), kenunnik (Geistingen, ... ), könunnik (Posterholt), kənønek (Meijel), kənønək (Lommel), ənə knønək (Montzen), zegt men nu  ne kánunik (Tongeren) III-3-3
kanunnikenbanken koorgestoelte:   kannunikebank (Roermond), kennunekebenk (Roermond), stallen:   kanunnikenbanken (Thorn), kanunnikenbenk (Peer), kennunekebenk (Roermond) III-3-3
kap aanhangkap:   kap (Bleijerheide  [(Domaniale)]  , ... [Maurits]  [Oranje-Nassau II, Emma, Hendrik]  [Eisden]  [Domaniale]), afdakje boven de poort:   kap (Eigenbilzen, ... ), bakkersmuts:   kap (Wittem), bijenkap:   kap (Diepenbeek, ... ), binnenneus:   kap (Montzen), binnenneus [wld ii.10, p. 39]:   kap (Montzen), bivakmuts:   kap (Hout-Blerick), boekweitschoof:   kap (Molenbeersel), bovenstuk van een rijtuig:   kap (Blerick, ... ), kàp (Sevenum, ... ), (v.).  ka.p (Eys), cape:   kap (Teuven), capuchon:   ka,p (Maaseik), ka.p (Borlo, ... ), ka.p-kɛpkə (Velm), kap (Achel, ... ), kap, -ə, keͅpkə (Millen), kapə (Kaulille), kāp (Bree), kāp-kāpə-keͅpkə (Neeroeteren), kḁp (Borgloon), kàp (Bilzen, ... ), Verklw. \\ kpk\\  kàp (Zolder), dak van de mijt:   ka.p (Achel, ... ), kap (America, ... ), dwarskap:   kap (Geleen  [(Maurits)]   [Winterslag, Waterschei]), gebint:   kap (Ottersum, ... ), haamkap:   kap (Aalst, ... ), hak van een schoen:   kap (Meeswijk), harde puntslag van een priktol:   kap (Eksel), hielstuk van een schoen:   kap (Einighausen), hoofdkap van vrouwelijke religieuzen:   de kap (Hoensbroek, ... ), kab (Lommel), kaop (Opglabbeek), kap (Aldeneik, ... ), kap} [van ən bəgeͅin (Riksingen, ... ), kup (Brunssum), kàp (Hechtel, ... ), káp (Haelen), kâp (Schimmert), kɛp (Opheers), huif van de huifkar:   kap (Alt-Hoeselt, ... ), hul:   kap (Amby, ... ), kap:   ka.p (Eys  [(Oranje-Nassau I / III / IV)]   [Maurits]), kap (Bleijerheide  [(Domaniale)]  , ... [Beringen, Zwartberg, Houthalen, Winterslag, Waterschei, Eisden]  [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Maurits]  [Willem-Sophia]  [Emma]  [Oranje-Nassau II, Emma, Hendrik]  [Emma, Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Julia]  [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Maurits]  [Maurits]  [Laura, Julia]  [Zwartberg, Eisden]  [Emma, Hendrik, Wilhelmina]  [Maurits]  [Domaniale]  [Maurits]  [Maurits]  [Domaniale, Wilhelmina] [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]), kap aan de vlegelknuppel:   kap (Aalst, ... ), kap aan de vlegelstok:   kap (Brustem, ... ), kap van een lange schoudermantel:   ka.p (Borlo, ... ), ka.p - keͅpkə (Rotem), kap (Achel, ... ), kapə (Kaulille), kāp (Bree), kḁp (Borgloon, ... ), B.v. jas met een kap.  kap (Hamont), B.v. Kebang mit n kap.  kap (Roermond), B.v. Regenjas met kap.  kap (Lommel), kap van het rijtuig:   kap (Achel, ... ), kapconstructie:   kap (Lummen, ... ), kapmantel:   kap (Opheers), ’n kap (Ottersum), ZND35,011b: Alleen nog bij eenige oude boerenmenschen.  inne kap (Hasselt), ZND35,011b: Bij oude menschen.  in kap (Sint-Lambrechts-Herk), koorkap:   kap (Tessenderlo), kàp (Sint-Truiden), korte laars:   kap (Meijel, ... ), kraag van een kraagmantel:   kap (Eigenbilzen), lampenkap:   kap (Venlo), lap op een schoen: [sic]  kap (Kermt), laskap, lashelm:   kap (Loksbergen), lip van een hoefijzer:   kap (Heerlen, ... ), meisjesmuts met afhangende strook:   ka.p (Tongeren), kap (Neeritter, ... ), mijnpet:   kap (Bleijerheide  [(Domaniale)]  , ... [Maurits]  [Domaniale]), molenkap:   kap (Baexem, ... ), kãp (Hamont, ... ), muts:   kap (Kelmis), muts met pompon:   kap (Herten (bij Roermond)), muts: algemeen:   kap (Baelen, ... ), kâp (Bocholtz, ... ), i.e. met klep.  kap (Mechelen), Zelden.  kap (Eupen), pet met opstaand bovenstuk:   kap (Waubach), pet: algemeen:   ka.p (Montzen), kap (Bocholtz, ... ), kapp (Lontzen), kep (Afferden), als een bristolpot  kap (Bocholtz), b.v. E Belsj kepke.  kap (Kerkrade), de gewone pet vorm  kap (Vijlen), gewone pet  kap (Rimburg), gewone pet met klep  kap (Rimburg), klep aan de voorkant  kap (Waubach), møts = zonder klep  kap (Welkenraedt), møyts = over de oren  kap (Eynatten), ps. omgespeld volgens Frings.  kap (Eys), rond  kap (Eys), petje:   kap (Gulpen, ... ), pikkeling, zwad met een slag afgepikt:   ka.p (Gutschoven), kap (Borgloon, ... ), puntmuts:   kab (Lommel), kap (Lommel, ... ), kàp (Hechtel), schoorsteenkap:   kap (Bleijerheide), schoudermanteltje:   kēp (Donk (bij Herk-de-Stad)), schuif:   kap (Bilzen, ... ), smidskap:   kap (Kerkrade, ... ), spits, kop van de mijt:   ka.p (Achel, ... ), kap (As, ... ), steek:   kap (Tessenderlo), vijlkap:   kap (Bilzen, ... ), vlegelknuppel, slaghout:   kap (Heppen, ... ), wijde regenmantel zonder mouwen:   kap (Genk, ... ), kap, -ə (Millen), kap, -ə, -keͅpkəs (Eigenbilzen), witte kanten muts zonder sierkrans:   kap (Waubach), witte muts met sierkrans en afhangende linten:   kap (Weert), wolfseinde:   kap (Ell  [(diminutief: kɛpkǝ)]  , ... ), wollen muts (kinderen):   kap (Hout-Blerick), kap [kap} (Neerharen), informant: is gebreide muts met kraag  kap (Neeritter), zaaglade:   kap (Heel, ... ), zadeldak:   kap (Neeritter), zeisring:   kap (Sint-Truiden) I-10, I-13, I-3, I-4, I-6, II-1, II-10, II-11, II-12, II-3, II-4, II-5, II-6, II-9, III-1-2, III-1-3, III-2-1, III-3-1, III-3-2, III-3-3
kap opzetten mijt afdekken:   kap up˲zętǝ (Zelem), kap ǫp˲zetǝ (Haelen) I-4
kap van de begijnen hoofdkap van vrouwelijke religieuzen:   de kap van de begiene (Sittard) III-3-3
kap van de nonnetjes hoofdkap van vrouwelijke religieuzen:   kap van de nonnekes (Beverlo) III-3-3
kap-os hakblok:   kap˱os (Sevenum) II-12
kapbak bietensnijbak:   kabak (Lommel), hakbak:   kabak (Berverlo, ... ), kapbak (Kuringen, ... ), strosnijbak:   kabak (Lommel) I-4, I-5, II-1
kapbakje hakbak:   kabɛkskǝ (Lommel), kapbakskǝ (Beringen), kapbɛkskǝ (Maasmechelen), kābękskǝ (Maaseik), kāpbękskǝ (Maaseik) II-1
kapbalken voeghouten:   kapbalken (Peer) II-3